Posts tonen met het label Patrick Modiano. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Patrick Modiano. Alle posts tonen

dinsdag 5 mei 2015

Modi

Heb een prachtige Franse Fillum gezien vandaag: Montparnasse 19. Nou es een biopic die niet lijdt onder het genre. Modigliani: Modiano claimt hem als lid van de familie en dat snap ik best, schitterende kunstenaar. Prachtige liefdesgeschiedenis ook, zij het tragisch. (Dat ik Modigliani al kende (van naam) voordat ik Modiano ging lezen, komt doordat het verhaal ging dat hij altijd met Les Chants de Maldoror op zak liep. Dat nam hem voor me in. (Eigenlijk verdiepte ik me in die tijd – over welke tijd hebben we het eigenlijk: zo rond de eeuwwisseling – nauwelijks in de schilderkunst.) Nu boeit het me meer en meer. Genoot vorig jaar nog zeer van Calasso’s Droom van Baudelaire en ga vanavond enthousiast beginnen in In ogenschouw van Julian Barnes. Verder lees ik momenteel Les Choses van Perec (subliem) en Les Chimères van Gérard Nerval (eveneens subliem). Ja mensen, deze jongen heeft smaak.

zaterdag 31 januari 2015

On aime l'auteur plutôt que son livre

In Soumission zegt Houellebecq iets over literatuur, dat ik zeer onderschrijf. Ik geloof zelfs dat ik het zelf ook al eens gezegd hebt, zij het uiteraard minder pregnant. Op pagina 13 houdt hij een klein betoog over wat de literatuur vermag ten opzichte van de andere kunsten: “Mais seule la littérature peut vous donner cette sensation de contact avec une autre esprit humain, avec l”intégralité de cet esprit, ses faiblesses et ses grandeurs, ses limitations, ses petitesses, ses idées fixes, ses croyances ; avec tout ce qui l’émeut, l’intéresse, l’excite ou lui répugne. » Terecht opgemerkt, denk ik. Maar het wordt nog boeiender als hij de kracht van een literair werk volledig terugbrengt tot de bron ervan, de auteur : “Alors bien entendu, lorsqu’il est question de littérature, la beauté du style, la musicalité des phrases ont leur importance; la profondeur de la réflexion de l’auteur, l’originalité de ses pensées ne sont pas à dédaigner ; mais un auteur c’est avant tout un être humain, présent dans ses livres, qu’il écrive très bien ou très mal en définitive importe peu, l’essentiel est qu’il écrive et qu’il soit, effectivement, présent dans ses livres (…) Hier zegt Houellebecq iets spannends en, voor halfzachte mafkezen als ik, aanmoedigends, namelijk dat het uiteindelijk niet eens van belang is of de schrijver een goede schrijver is om een vanuit literair oogpunt belangwekkend werk voort te brengen – als de auteur zelf maar kwaliteit genoeg heeft, bijzonder genoeg is, als mens, als geest, en als zodanig in zijn werk aanwezig is. Wat hij ook zegt, wat min of meer uit het voorgaande volgt is: « De même, un livre qu’on aime, c’est avant tout un livre dont on aime l’auteur, qu’on a envie de retrouver, avec lequel on a envie de passer ses journées. » Schrijvers wier persoonlijkheid zeer in hun werk aanwezig zijn, heten overigens niet zelden Gerard : Gérard de Nerval, Gerard Reve. Maar ook wel Knut en August. Patrick. Michel ook.

zondag 11 mei 2014

Station bij avond

Ik was in een kleine stad
Nabij een grens in het Oosten of zelfs nog veel verderop
Aan de rand van die landen aux noms de neige et de lune
Had ik een kamer in de herberg van de Gouden Beer
’s Avonds maakte ik een wandeling
Door de verlaten avenue tot aan het station
Waar een fiacre met een wit paard ervoor stond te wachten
Maar zonder koetsier
Er was niemand op het plein
De lichten op het station waren gedoofd
In de stilte vroeg ik
Of de sneltrein om negen uur zou stoppen
Zoals elke avond

Tja, in het Nederlands werkt het toch beduidend minder. Toch is de brontekst niet zo heel moeilijk te vertalen, anders had ik me er niet eens aan gewaagd. En toch, in het origineel is het betoverend. Vintage Modiano. Zie:

J’étais dans une petite ville
Près d’une frontière lointaine vers l ‘est ou même beaucoup plus loin
À la lisière de ces pays aux noms de neige en de lune
J’occupais une chambre à l’Auberge de l’Ours d’Or
Le soir je faisais une promenade
Le long de l’avenue déserte jusqu’à la gare
Devant laquelle attendait un fiacre attelé d’un cheval blanc
Mais sans cocher
Il n’y avait personne sur la place
La gare était éteinte
Dans le silence je demandais
Si le train express s’arrêterait à vingt et une heures
Comme chaque soir

Toen ik eens op een late zondagavond in de winter van 2012 uit de trein stapte en voor ik naar mijn auto liep een sigaret rookte voor het station van T., een kleine provinciestad, was alles, het plein ervoor, de trottoirs, de omringende huizen, helemaal verlaten. Dat voelde ook heel erg Modiano. (En ook een beetje Paul Delvaux.)

zondag 13 april 2014

Schitterende zelfmoord

Schitterende zelfmoord. Mozarts 41ste symfonie op de draaitafel, raam open, nog even het volume op tien en springen maar. Deed me denken aan Jacqueline/Louki uit Dans le café de la jeunesse perdue, die stapte ook zo uit het raam. Ida deed me op haar beurt aan het Meisje met de parel denken, kan niet anders of Pawlikowski is een liefhebber van Vermeer. Maar wat heb ik met Ida een prachtige film gezien vanmiddag! In stemmig zwartwit geschoten, vierkante kadrering, veel leeg landschap, kruispunten met Jezus aan het kruis, Ida bidden, haar tante Wanda een sigaretje paffen. Lekker verlopen wijf hoor van het type fuck the pain away. Want ja dat jongetje is natuurlijk geen broertje maar een zoontje. (Ja, sorry hoor, als je film niet gezien hebt, snap je geen moer van dit stukje – maar dat is als aanmoediging bedoeld: ga zien die film!) Bij Keek, waar ik onderweg naar huis langsliep, zaten alléén maar lekkere wijven, maar dan ook echt alleen maar..! Het wordt zo langzamerhand een kwelling.

zondag 23 maart 2014

Dans le café de la jeunesse perdue

Ik herlees momenteel Patrick Modiano's Dans le café de la jeunesse perdue. Vanaf de eerste pagina ervaar ik iets wat ik ten enenmale miste tijdens het lezen van het boekenweekgeschenk : noodzakelijkheid. Echt belangwekkende literatuur is nooit vrijblijvend. Maar daar bel ik niet voor. Wat mij dwars zit is dit. Eind vorig jaar las ik een column van Remco Campert. Campert heeft een Parijs’ verleden waar hij graag uit put. In de column vertelt hij over Ed van der Elsken zijn beroemde fotoboek en inderdaad wordt er in Dans le café de la jeunesse perdu een fotograaf genoemd die zomaar op Van der Elsken geïnspireerd zou kunnen zijn. De muze van Van der Elsken was Vali Myers en volgens Remco Campert gaat de hoofdpersoon van Modiano’s roman naar haar op zoek. “Daarin gaat de hoofdpersoon op zoek naar Vali, die bij Modiano Louki heet. Hij vindt haar, brengt tijd met haar door en raakt haar kwijt aan de dood (zelfmoord).” Vali Myers was een extravagante danseres / kunstenares die op tweeënzeventigjarige leeftijd aan kanker overleed. Romanpersonage Jacqueline Delanque bijgenaamd Louki is een introvert, gevoelig meisje met paniekaanvallen, dat uiteindelijk zelfmoord pleegt. De identificatie slaat als een tang op een varken. “De hoofdpersoon gaat op zoek naar Vali…” Wat nu, hoofdpersoon? Als er in Café de la jeunesse perdue een hoofdpersoon is, is het Jacqueline Delanque zelf. Een van de vier hoofdstukken is zij aan het woord; in de drie overige respectievelijk een jonge student (alter-ego Patrick Modiano), een privédetective en Roland(alter-ego 2), Jacqueline’s minnaar. Je vraagt je toch af waarom Remco Campert zulke dingen beweert... Heeft hij het boek gelezen en legt hij vervolgens allerlei verbanden die er niet zijn? Dat zou niet voor zijn intelligentie pleiten. Of praat hij mensen na die er evenmin veel van begrepen hebben? Ik zou het hem best willen vragen…

donderdag 19 september 2013

Catherine Certitude

Patrick Modiano is, zo heb ik vandaag ontdekt, ook een zeer begenadigd kinderboekenschrijver. Catherine Certitude (à partir de neuf ans) is een lichtvoetig en tegelijkertijd ontroerend verhaal over een meisje dat bij haar vader in het 10e arrondissement van Parijs woont en in navolging van haar moeder die in New York woont balletdanseres wil worden. Heeft ze met haar moeder het dansen gemeen, met haar vader het dragen van een bril. Het moeten dragen van een bril ervaart ze als een groot voordeel omdat ze de bril ook afzetten kan waardoor ze in een compleet andere wereld komt te verkeren, een wazige, wattige, wollige wereld waarin alles in elkaar overvloeit. Het boekje is verluchtigd door Sempé, het ene plaatje nog mooier dan het andere. Zie hoe papa Georges, ingezeept en wel en met de scheerkwast in aanslag, achter Catherine aanrent. « Quand il se rasait, nous respections un rituel tous les deux : il me poursuivait avec son blaireau à travers tout l’appartement, en essayant de me barbouiller le visage. Après quoi nous devions soigneusement essuyer nos lunettes dont les verres étaient maculés de savon à barbe. »

zondag 21 juli 2013

Remise de peine

Een van mijn grootste gelukmomenten van dit jaar beleefde ik tijdens lezing van Remise de peine van Patrick Modiano. Ik had hiervan kond gedaan in een e-mail aan vriendin E. met wie ik gisteravond at op het terras van Nol in ’t Bos. Net toen ik over Remise de peine wilde beginnen, vroeg E. – Française van origine – “Et comment était Remise de peine?” “C’était formidable,” zei ik en ik brandde los. Er deed zich iets merkwaardigs voor want na tien minuten vertellen over het boek en vragen van E. beantwoorden over de situatie van Patrick en zijn broertje Rudy, raakte ik aangedaan. Ik kreeg het, potverdikkie, te kwaad. En dat was niet omdat ik zelf een broertje heb gehad dat aan leukemie is overleden, zoals Patrick Modiano, noch omdat ik verwaarloosd ben door mijn ouders, zoals Patrick Modiano, maar omdat Patrick Modiano in Remise de peine de innige liefde die beide broertjes voor elkaar voelen zo goed invoelbaar maakt. Zo goed, dat het verlies, dat in de roman/novelle nauwelijks aan bod komt, des te schrijnender wordt. Ik heb nu bijna alles wat er van de hand van Patrick Modiano verschenen is gelezen en ik denk dat ik Remise de peine, in al zijn ogenschijnlijke eenvoud, misschien wel zijn mooiste werk vind… Ik had tijdens lezing ervan ook de ietwat bevreemdende ervaring dat er in het boek iets van Sylvie van Gérard de Nerval doorschemert, zonder dat ik daar precies de vinger op kon leggen. De beschrijving van de nog redelijk onbevangen jeugdjaren wellicht, de pastorale sfeer ervan. Feit is dat in de tweede helft van het boek, als Patrick een andere tijdlaag aanboort en vertelt over zijn periode in een kostschool, hij het heeft over een dagje spijbelen dat hem de gelegenheid biedt om Mortefontaine en Ermenonville te bezoeken, plaatsen die in de biografie van Gérard de Nerval én in Sylvie een rol spelen. Tot slot nog dit. De uitgave van Remise de peine die ik heb, bevat een voorwoord van Olivier Adam. Van die gast heb ik een paar jaar geleden A l’abri de rien gelezen, wat ik een schmierend vod vond. Wie schetst mijn verbazing – het is een en al verbazing wat de klok slaat vandaag – wanneer ik in zijn voorwoord lees dat hij zo ongeveer net zo idolaat is van Patrick Modiano als ik en zo’n beetje om de zelfde redenen..? En het wrange is, hij weet dat ook nog pakkend en precies onder woorden te brengen…

dinsdag 12 maart 2013

Grieperdepiep

Ik heb grieperdepiep. Mijn lichaam doet rillerderil. Nu de ergste hoofdpijn achter de rug is, lukt het me om een paar woorden te tikken. Motivatie daar schort het aan evenwel, en ook de inspiratie laat het afweten, om nog maar te zwijgen van de overtuiging want ook daaraan ontbreekt het ten enenmale. Ik ben begonnen met lezen in Onbewaakt Ogenblik. Met wat goede wil is het sympathiek te noemen, maar daar is alles mee gezegd. Gekocht dat boek omdat er een “essay” over Modiano in staat, bon, dat heb ik al uit. Ik ga naar Parijs volgende maand. Stel ik loop Patrick Modiano tegen het lijf in een café of zo, wat zal ik dan tegen hem zeggen? “Monsieur, vous êtes Patrick Modiano, n’est-ce pas? Je suis un grand admirateur de vous. J’ai lu presque tous vos livres en Français. C’était merveilleux ! Merci à vous. » Maar wellicht herinnert hij zich het Vlaams uit zijn kindertijd en kan ik hem gewoon in het Nederlands aanspreken….

zondag 23 december 2012

Un phénomène de surimpression

Des te meer romans je van Patrick Modiano leest, des te boeiender het wordt. In Vestiaire de l’enfance maken we kennis met Jimmy Sarano, een veertiger die ergens op een schimmig Spaans eiland leeft in een soort van zelfgekozen exil. Jimmy heet eigenlijk Jean Moreno en heeft zijn wortels in Parijs maar wil daar om niet verder verklaarde redenen niet aan herinnerd worden. …Totdat hij op een middag in een café een mooi jong ding ontmoet dat met een rieten tas op schoot een glas mineraal water zit te drinken. Het is in het tegenlicht eerst de rietentas die hij ziet, daarna ontwaart hij langzaam de trekken van haar gezicht. Het meisje doet hem aan iemand denken, de herinneringsmolen in zijn hoofd draait op volle toeren, en voor we het goed en wel in de gaten hebben zijn we twintig jaar terug in de tijd en in Parijs. Rose-Marie is de vrouw op wie hij als twintiger hopeloos verliefd is, maar Rose-Marie is een wufte en wispelturige dame die er meerdere minnaars op nahoudt en Jean soms tot wanhoop drijft. Rose-Marie heeft ook een dochtertje, dat in de roman geen naam krijgt maar consequent met la petite wordt aangeduid. Niet zelden wordt Jean door Rose-Marie als kinderoppas ingezet, zodat hij veel met het kleine meisje optrekt. In meer dan een opzicht doet dit aan een prachtig verhaal uit De si braves garçons denken waarin een oud leerling van de kostschool waar de verteller een deel van zijn opleiding heeft genoten, tijdens de tweede wereldoorlog door een tweederangs actrice als kinderoppas voor haar dochtertje wordt ingezet, Martine, een intens vertederend serieus en lief jong meisje, dat door haar moeder La Petite Bijou wordt genoemd, want ook in die vertelling is het kind de sterk verbeterde versie van haar moeder: '
Je lui trouvais une ressemblance avec Rosé-Marie. Mais souvent, les enfants sont de meilleure qualité car, chez eux, une mystérieuse alchimie a transformé ou annulé les défauts de leurs parents. Ce qui était resté à l'état d'ébauche chez Rosé-Marie atteignait son point de perfection chez cette petite. D'abord son visage me semblait plus fin et plus lumineux que celui de sa mère. Et puis, les sautes d'humeur de Rosé-Marie, son angoisse bovine qui tournait à vide, son déséquilibre, tout cela devenait harmonie, grâce et délicatesse, chez sa fille.'

Enfin, verteller meent dus in dat mooiejonge ding dat Marie heet de dochter van Rose-Marie te herkennen, wat niet kloppen kan, weet hij ook, want Marie is begin twintig, en zou met een tijdsprong van twintig jaar minstens vijfentwintig moeten zijn, maar ze is mooi met haar fijne trekken en haar kastanjerode haar (de lieftallige jongedames bij Modiano zijn dikwijls kastanjerood of venetiaans blond) en hij, ingedutte levenloze veertiger wordt verliefd op haar. Krijgtie haar of krijgtie haar nie, we weten het nie, want uttis unne roman mit un opun einde. Soort van, zeg maar. En eerlijk gezegd ook niet Modiano’s beste roman. Nochtans fort intéressant vanwege het opnieuw opduiken van La Petite Bijou, en ook vanwege de techniek van surimpression, waar Modiano het patent op heeft. Net als in Chien de printemps waarin de op Modiano zelf gelijkende verteller op een zeker moment samenvalt met de verdwenen fotograaf die centraal staat in de in de roman, valt het mooie jonge ding samen met het lieve dochtertje van Rose-Marie. Of ze het echt is maakt niet meer uit, zoals overigens de historische werkelijkheid nooit telt in de literatuur: dat is maar materiaal.

zaterdag 20 oktober 2012

Dans le café...

Ik dool door een uitgestorven stad. Straatlantaarns die om de honderd meter een plas kil wit licht op het trottoir werpen. Ik ga een café binnen. Een ober achter de bar die een glas droog wrijft. Aan een tafel bij het raam op het binnenterras zit een zware oude man met een plastic tas op schoot naar het gebouw aan de overkant te kijken. Ik ga twee tafeltjes verderop zitten en heb heel even oogcontact met de man die mij aan een kennis van mijn vader doet denken, een Russische immigrant. De ober brengt mij een espresso die ik langzaam opdrink. De oude man blijft naar het gebouw aan de overkant kijken. Ik sta op en loop naar de telefoon achter in het café. Ik blader willekeurig door het telefoonboek en stuit op namen van mensen die ik gekend heb in wat een vorig leven lijkt te zijn; en als ik gericht zoek naar de namen van vroeger dan blijken die verdwenen. Ik loop terug naar mijn plaatsje bij het raam op het binnenterras. De ober staat over de oude man gebogen. De oude man beweegt niet meer.

zaterdag 28 juli 2012

Geheugen, spreek

Op masturberen na zijn er weinig dingen zo bevredigend als lezen. Uit voordat ik er erg ik had: Kinderjaren van Tolstoi. Herinneringen ophalen en van die herinneringen een groot samenhangend verhaal maken, zo doe je dat. En ondertussen jezelf niet sparen getuige de meesterlijke scène waarin de jonge Lev zonder gewetensbezwaar meedoet aan de vernedering van het armeluiskind Iljenka Grap: de wroeging komt pas achteraf. Straks Jongensjaren, eerst nog De si braves garçons van Patrick Modiano uitlezen, ook een genot. Na een optreden in een bedompt provinciestadje staat komiek Edmond Claude oog in oog met zijn oude scheikundeleraar die hem uitnodigt voor een etentje in de stad. Edmond, die de oude man niet wil laten wachten, loopt met de schmink nog op zijn gezicht met de man mee naar de brasserie: « Nous marchions, lui de ce pas raide qui était le sien au collège et moi la tête penchée, de crainte que mon maquillage ne coulât sous la pluie. Le bruit de succion de ses semelles et son pardessus d’un jaune blafard achevaient de lui donner une allure de spectre. »

maandag 2 april 2012

Quelque chose de vraisemblable

Wat kun je na een teleurstellende leeservaring beter doen dan grijpen naar een roman van Patrick Modiano? Twee, drie bladzijden lezen en je wordt zijn schimmige Parijs ingezogen, geen houden aan. Hoe doet ie dat toch? Op pagina 64 van Un cirque passe wordt een tipje van de sluier opgelicht met een grandioze paradox: "Aujourd'hui, je revois cette scène de loin. Derrière la vitre d'une fenêtre, dans une lumière étouffée, je distingue un blond d'une cinquantaine d'années en robe de chambre écossaise, une jeune fille en manteau de fourrure et un jeune homme... L'ampoule, sur le pied de lampe, est trop petite et trop faible. Si je remontais le cours du temps et revenais dans cette même pièce, je pourrais changer l'ampoule. Mais sous une lumière franche, tout cela risquerait de se dissiper."