Posts tonen met het label Comte de Lautréamont. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Comte de Lautréamont. Alle posts tonen
dinsdag 5 mei 2015
Modi
Heb een prachtige Franse Fillum gezien vandaag: Montparnasse 19. Nou es een biopic die niet lijdt onder het genre. Modigliani: Modiano claimt hem als lid van de familie en dat snap ik best, schitterende kunstenaar. Prachtige liefdesgeschiedenis ook, zij het tragisch. (Dat ik Modigliani al kende (van naam) voordat ik Modiano ging lezen, komt doordat het verhaal ging dat hij altijd met Les Chants de Maldoror op zak liep. Dat nam hem voor me in. (Eigenlijk verdiepte ik me in die tijd – over welke tijd hebben we het eigenlijk: zo rond de eeuwwisseling – nauwelijks in de schilderkunst.) Nu boeit het me meer en meer. Genoot vorig jaar nog zeer van Calasso’s Droom van Baudelaire en ga vanavond enthousiast beginnen in In ogenschouw van Julian Barnes. Verder lees ik momenteel Les Choses van Perec (subliem) en Les Chimères van Gérard Nerval (eveneens subliem). Ja mensen, deze jongen heeft smaak.
zondag 3 november 2013
De Mens in Opstand
Nu De Afvallige van Jan van Aken inderdaad een kutboek blijkt te zijn –ik lees het maar uit voor de geschiedenisles, trouwens, ik ben te dwangneurotisch om een boek waarin ik eenmaal begonnen ben aan de kant te leggen- lees ik voor wat literair tegenwicht – want met literatuur heeft De Afvallige au fond weinig van doen: het is meer een soort van Asterix en Obelix – L’homme révolté van Albert Camus. Of beter herlees. Want toen ik een jaar of tweeëntwintig was las ik het voor het eerst, in Nederlandse vertaling. Ik las het boek gretig en werd daarbij erg geholpen doordat ik in die korte periode daarvoor –ik begon pas met lezen na mijn twintigste– veel van bijvoorbeeld Dostojewski en zelfs Nietzsche gelezen had en van menig andere schrijver die in het essay van Camus genoemd wordt. Anderzijds bracht het boek me een paar zeer belangwekkende schrijvers op het spoor: Arthur Rimbaud en Comte de Lautréamont. In mijn herinnering las ik het boek niet alleen gretig maar ook met groot gemak en dat verbaast mij nu enigszins want ik moet heel langzaam lezen om alles te begrijpen en soms krijg ik maar moeilijk vat op de tekst. Mijn Frans schiet tekort; ik ben verhalend proza gewend; geen betogend proza. Maar aangekomen bij La révolte métaphysique weet ik weer precies waarom ik destijds zo in de ban was van dat boek. Niet om het grote betoog met de politieke implicaties (de revolte die ingekapseld wordt door ideologie en dan over lijken gaat) maar om de mens die zich tegen zijn schepper keert, en die zegt, hoor es, mannetje, dit pik ik niet. Zoals de slaaf opstaat tegen zijn meester, zo staat de mens op tegen zijn God om hem ter verantwoording te roepen in een gesprek van man tot man. En, om met Camus te spreken, « Il ne s’agit pas d’un dialogue courtois. »
zaterdag 19 oktober 2013
Rendu au sol
Lezen is dikwijls een feest. Met je luie donder op je nest liggen stinken, zuigen op een flink stuk chocoladeletter en maar gaan met die ogen van links naar rechts. Als het boek in je knuisten dan ook nog De Droom van Baudelaire is, zit je helemaal gebakken. Wat een machtig boek! Niks geen academische exercitie maar puur literatureluur. Ik geef meteen toe, het boek vergt soms een inspanning, Calasso gaat niet bepaald op z’n hurken zitten, maar dan lees je een zin maar twee keer of je googlet een woord (theürgie, theologoumenon, hiërodule etc), daar krijg je geen uitslag van. Ondertussen word je meegenomen in de tijd van, in de droom van, in de literatuur van Baudelaire en maak je uitgebreid kennis met grote Franse schilders als Ingres, Degas en Manet. Manet die, zo las ik gotbetert met een Bommelse getrouwd is, in de Bommelse Sint Maarten nog wel, op een steenworp afstand van waar ik nog een tante heb wonen…! (Lekker boeiend.) En dan die laatste twee hoofdstukken, weer exclusief aan de literatuur gewijd, waarin al die laatnegentiende-eeuwse kopstukken voorbijkomen en hun juiste plaats krijgen toegewezen, en dat allemaal zo vanzelfsprekend en ontegenzeggelijk en raak. Flaubert, Proust, Rimbaud, De Lautréamont, Nietzsche, al die heerschappen van wie ik ongeletterde boer in dit leven de werken heb doorgeploegd en van hun genie heb geproefd, ze komen allemaal aan bod en worden in het zonnetje gezet. Wat zeg ik… In een stralende zon! Wat zeg ik… Dit boek is zelf een stralende zon! Hé Roberto Calasso… doe mij nog zo’n boek!
Abonneren op:
Posts (Atom)