Posts tonen met het label Volkskrant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Volkskrant. Alle posts tonen

zaterdag 5 maart 2016

Crossing Border 2005

Waarom ik dat zouteloze stuk over zoiets onbenulligs als “grootsteeds-literair uitgaan” las vanmiddag aan de leestafel van het horeca-etablissement, nou misschien wel om op deze quote van Tommy Wieringa te stuiten: “Er kwamen mensen die weergaloze podiumteksten maakten.” Het was een beangstigende, louterende ervan zegt de schrijver (Hij heeft het over zijn optredens tijdens de Palabras-avonden, red.): "Later op Crossing Border moest ik eens optreden voor een volle zaal die eigenlijk op een compleet andere act stond te wachten. Daar merkte ik dat ik het onwillige publiek enigszins kon dresseren, de ervaring van verloren tijd kon omzetten in die van een goed optreden. Het geluksgevoel was ongelooflijk. (…)” Ik stond destijds in die zaal, met mijn toenmalige alderliefste, en noch ik noch alderliefste noch iemand anders in onze nabijheid liet zich dresseren door dat zalvende politiek correcte geleuter van Tommy Wieringa. We lieten het gelaten over ons heen komen, wachtende op Van Der Graaf Generator. Ik meen me zelfs te herinneren dat TW zich geringschattend uitliet over VDGG, vast om ons te dresseren. Ach hij kende VDGG niet eens. Maar toen ie eindelijk was opgeflikkerd, betrad daar een echte schrijver het podium, Michel Faber die de band inleid met een prachtige lofrede. En toen VDGG die iedereen van zijn sokken blies, wat een concert was dat!

zondag 30 augustus 2015

De Volkskrant is een kutkrant

Las gister een redactioneel artikel van Philippe Remarque in de Volkskrant waarin hij de loftrompet steekt over de… Volkskrant. Zo is hij erg in zijn sas met het stukje van Peter Buwalda die hij in een adem noemt met David Foster Wallace. Sure. Studentikoze onleuke joligheid, tot zover de columns van Peter Buwalda. Stond er ook nog een interview in het boekengedeelte van de weekendbijlage met Basje Bender. Brunette, bruine kijkers, een schoonheid zoals je ze zelden ziet in de Nederlandse letteren. Zo’n jongedame die alles meeheeft en nog best zinnige dingen meldt ook. Al doet die metonymische eerste zin van haar roman, die in het interview geciteerd wordt, mij niet meteen naar de winkel hollen.

zaterdag 10 januari 2015

Vieze lucht

Op de plee met stijgende verbazing de column van Peter Buwalda zitten lezen… Titel: Vrijheid. Ondertitel: Gewoon een beetje rustig aan met de Profeet. De column is geschreven in zijn gebruikelijke getapte-jongensstijl, popie jopie jee, en opent met de vaststelling dat ons geklaag over onze vrije meningsuiting niet handig is “aan de hysterie rond de aanslag op Charlie Hebdo.” Hysterie? denk ik, hysterie? Er zijn twaalf mensen in koelen bloede doodgeschoten, afgemaakt, twaalf onschuldige mensen, - wat verwacht je dan? Een ingetogen reactie..? Enfin. Klagen over onze vrije meningsuiting is dus niet handig, want als we het aan Peter Buwalda vragen staat die niet onder druk. Volgt een opsomming van andere aanslagen, heel geestig voor de vuist weg geformuleerd allemaal, dat kun je aan die kekke schrijver wel overlaten, ahum. Alinea wordt besloten met nog een complimentje aan “de daders van eergisteren” want die hadden tenminste een motief; zij hadden namelijk nog een appeltje te schillen met de mensen die ze hebben vermoord. Daar ging mijn verbazing weer de hoogte in..! Gelukkig haast Buwalda zich te zeggen dat het een rot appeltje was, want anders was ik helemaal op verkeerde gedachten gekomen. Nog een obligaat alinea-tje over de onderdrukking van de pers in de Sovjet-Unie om alles tot de juiste proporties terug te brengen (waar hebben we het eigenlijk over) en dan vlug door naar Peters volgende stijlbloem in de vorm van een vies luchtje des ochtends in de slaapkamer. “Even dacht ik aan de moord op Charlie Hebdo, maar die stonk toch anders, penetranter, meer als hondenstront. Van grof geweld van dat type moet een normaal mens meteen kokhalzen. Dit was een weeïge putlucht.” Wat een schrijfmans hè? Wist u dat hij zijn columns pas nog gebundeld heeft en dat hij ze graag voorleest op bruiloften en partijen? Maar goed, terug naar zijn column. De zure lucht komt uit de krant. Zwarte Piet wordt er bijgehaald en Prem Radhakishun, die een reprimande krijgt. Want ook Prem werd een keer door iemand beledigd en van de weeromstuit maakte Prem die meneer voor pedofiel uit. En, let wel, zonder enig bewijs! Tja, ook niet netjes, maar toch van een andere orde dan mensen af te slachten omdat ze satire plegen of kritisch zijn… me dunkt. Gelukkig komt Peter Buwalda wel met een oplossing: “Gewoon een beetje oppassen met grappen over Zwarte Piet, kanker, Anne Frank en kennelijk ook de Profeet, en alles komt vanzelf goed.” Nou das dan weer een hele geruststelling. (Let trouwens ook op dat woordje kennelijk.) Ten slotte geeft Peter Charlie Hebdo nog een trap na door heel subtiel, als een vals kreng heel subtiel, te laten blijken dat hij het blaadje niet eens grappig vindt… Om te kotsen.

zondag 23 maart 2014

Dans le café de la jeunesse perdue

Ik herlees momenteel Patrick Modiano's Dans le café de la jeunesse perdue. Vanaf de eerste pagina ervaar ik iets wat ik ten enenmale miste tijdens het lezen van het boekenweekgeschenk : noodzakelijkheid. Echt belangwekkende literatuur is nooit vrijblijvend. Maar daar bel ik niet voor. Wat mij dwars zit is dit. Eind vorig jaar las ik een column van Remco Campert. Campert heeft een Parijs’ verleden waar hij graag uit put. In de column vertelt hij over Ed van der Elsken zijn beroemde fotoboek en inderdaad wordt er in Dans le café de la jeunesse perdu een fotograaf genoemd die zomaar op Van der Elsken geïnspireerd zou kunnen zijn. De muze van Van der Elsken was Vali Myers en volgens Remco Campert gaat de hoofdpersoon van Modiano’s roman naar haar op zoek. “Daarin gaat de hoofdpersoon op zoek naar Vali, die bij Modiano Louki heet. Hij vindt haar, brengt tijd met haar door en raakt haar kwijt aan de dood (zelfmoord).” Vali Myers was een extravagante danseres / kunstenares die op tweeënzeventigjarige leeftijd aan kanker overleed. Romanpersonage Jacqueline Delanque bijgenaamd Louki is een introvert, gevoelig meisje met paniekaanvallen, dat uiteindelijk zelfmoord pleegt. De identificatie slaat als een tang op een varken. “De hoofdpersoon gaat op zoek naar Vali…” Wat nu, hoofdpersoon? Als er in Café de la jeunesse perdue een hoofdpersoon is, is het Jacqueline Delanque zelf. Een van de vier hoofdstukken is zij aan het woord; in de drie overige respectievelijk een jonge student (alter-ego Patrick Modiano), een privédetective en Roland(alter-ego 2), Jacqueline’s minnaar. Je vraagt je toch af waarom Remco Campert zulke dingen beweert... Heeft hij het boek gelezen en legt hij vervolgens allerlei verbanden die er niet zijn? Dat zou niet voor zijn intelligentie pleiten. Of praat hij mensen na die er evenmin veel van begrepen hebben? Ik zou het hem best willen vragen…

zaterdag 8 juni 2013

Schrijversmantel

Meestal vind ik de column van Marja Pruis in de Groene maar zo zo, een beetje mutsenproza om het oneerbiedig te zeggen, maar ditmaal las ik haar stukje met grote instemming. “Niets is zo lastig om te bepalen of iets of iemand echt is, en toch is dat uiteindelijk het doorslaggevende element om iets wel of niet te omarmen. Of ik zeg het verkeerd: het bepalen is niet het probleem. Ik denk het altijd wel te weten, met tamelijk grote zekerheid. De kwestie is eerder het aan anderen duidelijk te maken; hoe doe je dat zonder de verdenking op je te laden een zuurpruim te zijn, een scherpslijper.” Ze zegt het inderdaad verkeerd, want je weet al vlug of iets authentiek is of niet. Voor de goeie orde, Marja Pruis heeft het over Tommy Wieringa, aan wie ze een paar sneren uitdeelt. Bij Tommy Wieringa denk ik ook meteen fake. Eind vorig jaar hoorde je in het reclameblokje na het Journaal op Radio 4 Tommy nog weleens een fragmentje uit zijn roman voorlezen. Twee of drie zinnen en je wist meteen: dat is effectbejag, maniërisme. Daar haal ik mijn neus voor op, hoofdstukken strak als buxushaagjes of niet. Libris-prijs of niet.

maandag 12 november 2012

Jagten

Je hoort alleen maar lovende geluiden over Jagten, juichende recensies, vijf sterren in de Volkskrant, het kan niet op. Maar de film die ik gezien heb was hooguit als thriller geslaagd – me dunkt dat dat niet de bedoeling was. Festen was een film die verraste en verbijsterde; Jagten, volgens veel recensenten Vinterbergs overtreffende trap, verrast nergens, alles is voorspelbaar en voorgekauwd, hooguit schrik je af en toe een keer: hence de geslaagde thriller. Daarnaast heeft de film een serieus probleem met de motivatie. Veel bioscoopgangers zijn door het opgroeien met bewegende beelden op tv en het witte doek blijkbaar zo geïndoctrineerd dat zij de filmwerkelijkheid al snel slikken voor zoete koek, getuige ook de dame naast me op de achterste rij met wie ik in de pauze een praatje aanknoopte, je weet nooit of er wat te neuken valt. “Zo gaat dat in werkelijkheid ook,” zei ze. En dat waag ik te betwijfelen. Eerst wordt ons door Vinterberg omstandig voorgehouden dat Klara een geestelijk labiel meisje is met een dwangstoornis en een fantasiewereld in haar hoofd – vervolgens gelooft iedereen zonder enig voorbehoud haar verhaal, waarvan de bouwstoffen ons overigens heel royaal zijn aangereikt door Vinterberg, iets wat ik ook vrij storend vind. Als Lucas bij een klein kereltje de billen afvegen moet, weet je: betekenisvol detail; als Klara een harde pornopiemel op een tablet onder haar neus geduwd krijgt, weet je: betekenisvol detail. Een beetje filmfanaat gaat zich tijdens de film afvragen, wanneer maken ze die hond nou dood? Scène in de supermarkt was nogal over de top, en onbedoeld geestig, met Lucas die zwaar gemaltraiteerd op straat beland nadat hij door drie personeelsleden de winkel is uitgebonjourd. Ze gooien nog een paar conservenblikken naar zijn hoofd, waarna Lucas opstaat en als een soort van verontwaardigde Rambo terug de winkel ingaat, de angstaanjagend grote slager die hem net nog in de heupzwaai had genomen, met een kopstoot uitschakelt en zijn boodschappen opeist en netjes aan de kassa afrekent. Bij de scène in de kerk met de witgekraagde dominee kreeg ik ook bijna de slappe lach, maar dat krijg ik al gauw als ik een dominee hoor bidden of preken, dus dat zal ik Vinterberg niet aanrekenen. Het einde was heel thrilleresk, met die in het tegenlicht niet te onderscheiden schutter, en heel sinister, want daarmee weet je dat Lucas nooit rust zal kennen en opgejaagd wild zal zijn, lang nog nadat wij de filmzaal verlaten hebben. Of dat is althans de suggestie. Een mooier einde aan de film, met een soort van genreswitch à la From Dusk till Dawn, zou zijn geweest dat papa Theo de kwade genius bleek te zijn. Ook hij kwam moeilijk waarneembaar in het tegenlicht in beeld toen hij bij zijn kleine meisje kijken ging, en zij noemde hem Lucas…

zondag 9 september 2012

Het geschenk

Toen ik vorige week donderdag vanuit Amsterdam terugtreinde naar huis, las ik in de Groene Marja Pruis d’r recensie van Het geschenk, de derde roman van Philip Snijder, die in de Volkskrant welwillend besproken werd. Marja Pruis is een stuk kritischer en dat mag, maar wat mij verbaasde, is dat zij haar belangrijkste punt van kritiek, namelijk “…de neiging van de schrijver iedere gedachte, kriebel, ergernis en overweging van zijn hoofdpersonage volledig uit te schrijven in bloedeloze passages” illustreert met deze in mijn ogen juist boeiende meditatie: “In de jaren na het eindexamen was leven – ik zag het gelaten onder ogen terwijl ik een stuk van mijn frikandel wegkauwde – van lieverlede een systematisch ontwijken van ongemakkelijke situaties geworden. Eigenlijk was die fletse strategie inmiddels de enige echte drijvende kracht achter mijn bestaan. Niet de vraag: Hoe kom ik er? Gaf richting aan mijn daden, maar: Hoe kom ik er weg? of: Hoe kom ik eromheen? Het ongetwijfeld loodzware bezoek aan die Groningse grootvader in het bejaardenhuis, het gevecht tegen mijn laaiende tegenzin dat ik daarvoor zou moeten aangaan: hoe kon iemand als ik, die ongeveer even krachtig in het even stond als de lellen patat tussen mijn vingers, zichzelf daartoe brengen?” Het menselijk tekort of het menselijk onvermogen, een toch niet te onderschatten thema in de literatuur, op even laconieke als pregnante wijze onder woorden gebracht. Iets waarop ik Marja Pruis, wier tweewekelijkse column in de Groene ik meestal lees, nog niet heb kunnen betrappen…