Posts tonen met het label Gerard Reve. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gerard Reve. Alle posts tonen

maandag 13 april 2015

Aanmodderen!

Wederom verkoudjes. Niesdagje, leesdagje. De voor halfzachte oelewappers als ik weinig bemoedigende woorden die ik hieronder citeer, komen uit Bezorgde ouders van Gerard Reve.

“Maar of hij enig talent bezat voor oorspronkelijk scheppend werk, dat was voor Treger zelf nog steeds de vraag. Of neen, eigenlijk niet: op zijn leeftijd kon men, wat nog steeds niet gekomen was, ook niet meer verwachten. Het ging er nog slechts om, of men daarmede vrede had, of niet. Als men gezond was, eerlijk aan de kost kon komen, van bepaalde mensen enige genegenheid en achting ondervond en zelfs een enkele keer, hoe bitter ook, nog iets van de liefde mocht proeven, was dat dan niet voldoende?”

Tja, ehm, nou ja, wat zal ik zeggen, enfin. Eerder nog op de dag las ik bij toeval een gedicht van Philothée O’Neddy, u kent hem wel.

Et si, pour assoupir ton âme,
Pour lui verser un doux dictame,
Le Destin, geôlier rigoureux,
Ne t'a pas, dans ton insomnie,
Jeté la lyre du génie,
Hochet des grands coeurs malheureux
(…)

Op de puntjes hoort te staan Va, que la mort soit ton refuge ! met nog een heel loflied op de dood erachteraan. (Het gedicht begint overigens met een citaat van Pétrus Borel: « Sur la terre on est mal : sous la terre on est bien. ») Maar ik vind, dood kunnen we nog lang genoeg zijn. Niet tobben – aanmodderen! Dat is mijn devies.

zaterdag 31 januari 2015

On aime l'auteur plutôt que son livre

In Soumission zegt Houellebecq iets over literatuur, dat ik zeer onderschrijf. Ik geloof zelfs dat ik het zelf ook al eens gezegd hebt, zij het uiteraard minder pregnant. Op pagina 13 houdt hij een klein betoog over wat de literatuur vermag ten opzichte van de andere kunsten: “Mais seule la littérature peut vous donner cette sensation de contact avec une autre esprit humain, avec l”intégralité de cet esprit, ses faiblesses et ses grandeurs, ses limitations, ses petitesses, ses idées fixes, ses croyances ; avec tout ce qui l’émeut, l’intéresse, l’excite ou lui répugne. » Terecht opgemerkt, denk ik. Maar het wordt nog boeiender als hij de kracht van een literair werk volledig terugbrengt tot de bron ervan, de auteur : “Alors bien entendu, lorsqu’il est question de littérature, la beauté du style, la musicalité des phrases ont leur importance; la profondeur de la réflexion de l’auteur, l’originalité de ses pensées ne sont pas à dédaigner ; mais un auteur c’est avant tout un être humain, présent dans ses livres, qu’il écrive très bien ou très mal en définitive importe peu, l’essentiel est qu’il écrive et qu’il soit, effectivement, présent dans ses livres (…) Hier zegt Houellebecq iets spannends en, voor halfzachte mafkezen als ik, aanmoedigends, namelijk dat het uiteindelijk niet eens van belang is of de schrijver een goede schrijver is om een vanuit literair oogpunt belangwekkend werk voort te brengen – als de auteur zelf maar kwaliteit genoeg heeft, bijzonder genoeg is, als mens, als geest, en als zodanig in zijn werk aanwezig is. Wat hij ook zegt, wat min of meer uit het voorgaande volgt is: « De même, un livre qu’on aime, c’est avant tout un livre dont on aime l’auteur, qu’on a envie de retrouver, avec lequel on a envie de passer ses journées. » Schrijvers wier persoonlijkheid zeer in hun werk aanwezig zijn, heten overigens niet zelden Gerard : Gérard de Nerval, Gerard Reve. Maar ook wel Knut en August. Patrick. Michel ook.

zondag 31 augustus 2014

Zeg het maar

Kort na elkaar twee dunne romans gelezen: De Vierde man van Gerard Reve en Een Liefde in Parijs van Remco Campert. Het was best een poos geleden dat ik iets van Reve las. Zijn briefwisseling met W.F. Hermans was denk ik het laatste en misschien omdat ik hem toen iets te veel door de ogen van Willem Frederik ben gaan bekijken, ben ik een beetje op dat drammerig clowneske van hem afgeknapt. Ten onrechte, want De Vierde Man was 24 karaats leesplezier. Humor en stijl gaan hand in hand in een tamelijk klassieke vertelling die gelardeerd is met erotiek en suspens. Stijl is alles en zoveel weet je des te meer als je Reve leest, daar vloeit bloed door de aderen, daar is een kunstenaar in de weer. In navolging van Patrick Modiano – hij noemt hem ook in zijn boek – strooit Remco Campert gul met Parijse straatnamen. Ik ken er een aantal, in het vijfde arrondissement ook wel eens een hotelletje geboekt. Misschien is Campert ook een stilist, of beter, hij schrijft “verzorgd” proza, en ook hij heeft humor, maar meer van het bedaagde soort; geniale gekte komt bij hem niet voor. Dat is ook zijn makke, denk ik. Er stroomt geen krachtig kunstenaarsbloed door zijn aderen. Een beetje somberen, en meesmuilend over eigen schouder meekijken, maar echt lijden of doorleefde ervaringen zul je in zijn werk niet snel aantreffen. Zo geldt ook voor Een liefde in Parijs. Leuk romannetje, goed uitgedokterd, goed in de steigers gezet en afgeplamuurd, maar zo vrijblijvend, zo sufkutterig, zo labbekakkerig. (En matige plot ook hoor, met die miskramen en die zoon als deus ex machina. …En wat te denken van deze zinsnede: “…in de nabijheid van ‘grote mannen’, die anders dan bloeiende planten tot stof vergaan.” Alsof planten niet tot stof vergaan..? ) Voor een goed humeur dan maar besluiten met een citaatje van Reve: “Opgewonden was ik wel, mede door de dwingende suggestie die van onze opgeslotenheid in het kleine, onpersoonlijke, afgelegen vertrekje uitging, en ruggemergsap had ik nog voldoende in voorraad. Als ik haar nu greep… haar tegen het buro duwde… haar fraaie geplisseerde rokje van haar, haar… zeg het maar.. naar beneden trok en haar dan ‘nam’, zo heette dat toch? Zoude ze schreeuwen of schandaal maken?...”

vrijdag 1 maart 2013

powwutrie in proos

Onaf proza gedicht dat behalve door zijn openlijk beleden onafheid opvalt door zijn ontstellend lange piemel die nochtans niets van de inhoud blootgeeft (tenzij door een Freudiaanse verspreking)

Masturberen is goed voor een mensaap. Vooral in mijn jonge jaren heb ik heel wat af gemasturbeerd. Ik weet nog goed dat ik in 1993 (of was ’94?) in Nader tot u (of was het in Op weg naar het einde?) las dat Gerard Reve zich op een dag zeven keren had afgerukt en dat ik dacht, dat kan ik ook – en ik kon het ook! Toegegeven: aan de zesde en zevende keer beleefde ik nauwelijks nog plezier, maar een prestatie was het, en dat telt. Zo heb ik toch nog iets gepresteerd in mijn leven.

Synoniem voor prestatie of presteren.

donderdag 29 november 2012

De Groene Amsterdammer

Toen ik midden jaren negentig een abonnement nam op de Groene Amsterdammer vond ik het een veel boeiender en beter bij mij passender blad dan Vrij Nederland waarop ik daarvoor een poosje geabonneerd was geweest. Ik kocht de Groene aanvankelijk soms los. Ik herinner me een heel krantje gewijd aan Arthur Rimbaud en een kerstnummer in het teken van het Kwaad waarin veel literaire coryfeeën aan bod kwamen die toen al, ofschoon ik net de literatuur aan het ontdekken was, mijn grote interesse hadden. Toen een paar jaartjes later het blad net als VN in tabloidvorm uitkwam en er bovendien een soort van biografie van Gerard Reve in columns in verscheen van de hand van Theodor Holman, ofte wel Opheffer, was ik om en nam een abonnement. Ik was nogal een Reve-fan en Opheffer deed mij met zijn wekelijkse biografische Reve-column dus veel plezier. Ook de gewone column van Opheffer sloeg ik nooit over. Inhoudelijk was ik het dikwijls zeer met hem eens, althans zo doet de herinnering voorkomen, en ik benijdde hem om de ogenschijnlijke eenvoud waarmee hij zijn meningen onder woorden bracht. Inmiddels zijn we bijna twintig jaar verder en vind ik de columns van Opheffer dikwijls strontvervelend. Elke keer maar zeveren over verloren idealen, over hoe links ie vroeger was en hoe cynisch en rechts tegenwoordig. Om de zoveel weken wordt Sartre weer eens van stal gehaald en wordt er iets oppervlakkigs gezegd over het existentialisme. De honger in de wereld waar hij ook niets aan kan doen, de kunstsubsidieruif etc. etc. Gaap, gaap en nog eens gaap. Aan de column van Ester Naomi Perquin daarentegen, die dikwijls niet meer dan een gedachte of observatie als onderwerp heeft om daar dan op in te zoomen, beleef ik veel genoegen, zoals ik ook aan die van haar voorganger Gerbrand Bakker veel genoegen beleefde. Ik herinner me hoe hij vertelde van een oude man die zijn voortuin volgeplempt wilde met zwarte aarde, alleen maar zwarte aarde met bloembollen daarin, opdat hij in het vroege voorjaar naar het prille groen zou kunnen kijken dat te voorschijn piept en een nieuwe cyclus van groei en bloei aankondigt. Dat verlangen van die oude man vond ik vertederend. (Ik zou, bij leven en welzijn, over een jaar of veertig die oude man kunnen zijn.)