Posts tonen met het label Knut Hamsun. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Knut Hamsun. Alle posts tonen

dinsdag 20 september 2016

Inferno

Dat paranoia grootste literatuur niet in de weg hoeft te staan bewijst August Strindberg met het verslag van zijn hellegang in Inferno. Je wordt tijdens het lezen wel eens iebel van zijn geweeklaag, en al die schijnbare toevalligheden waarin hij de machinaties van hogere machten vermoedt werken soms op de lachspieren, maar o wat schrijft hij het allemaal makkelijk op, met verve, overtuiging, met een nadrukkelijke persoonlijke lyriek. Ik houd erg van zulke literatuur, van lyrische, soms delirische teksten waarin je de hartenklop van de schrijver nadrukkelijk gewaarwordt. Zeker als de schrijver over een groot talent beschikt leidt dat soms tot zeer mooi en ontroerend werk. Strindberg staat met zijn Inferno daarin zeker niet alleen. Denk bijvoorbeeld maar aan Honger van Knut Hamsun of aan De wandeling van Robert Walser. Aurélia van Gérard de Nerval, ook zo’n meeslepend werk van een geniale maar zeer wankele geest. En wat te denken van het oeuvre van Friedrich Nietzsche. (Ik kan dit allemaal voor mezelf houden, maar dan wordt niemand er wijzer van: daarom maak ik het wereldkundig.)

zaterdag 31 januari 2015

On aime l'auteur plutôt que son livre

In Soumission zegt Houellebecq iets over literatuur, dat ik zeer onderschrijf. Ik geloof zelfs dat ik het zelf ook al eens gezegd hebt, zij het uiteraard minder pregnant. Op pagina 13 houdt hij een klein betoog over wat de literatuur vermag ten opzichte van de andere kunsten: “Mais seule la littérature peut vous donner cette sensation de contact avec une autre esprit humain, avec l”intégralité de cet esprit, ses faiblesses et ses grandeurs, ses limitations, ses petitesses, ses idées fixes, ses croyances ; avec tout ce qui l’émeut, l’intéresse, l’excite ou lui répugne. » Terecht opgemerkt, denk ik. Maar het wordt nog boeiender als hij de kracht van een literair werk volledig terugbrengt tot de bron ervan, de auteur : “Alors bien entendu, lorsqu’il est question de littérature, la beauté du style, la musicalité des phrases ont leur importance; la profondeur de la réflexion de l’auteur, l’originalité de ses pensées ne sont pas à dédaigner ; mais un auteur c’est avant tout un être humain, présent dans ses livres, qu’il écrive très bien ou très mal en définitive importe peu, l’essentiel est qu’il écrive et qu’il soit, effectivement, présent dans ses livres (…) Hier zegt Houellebecq iets spannends en, voor halfzachte mafkezen als ik, aanmoedigends, namelijk dat het uiteindelijk niet eens van belang is of de schrijver een goede schrijver is om een vanuit literair oogpunt belangwekkend werk voort te brengen – als de auteur zelf maar kwaliteit genoeg heeft, bijzonder genoeg is, als mens, als geest, en als zodanig in zijn werk aanwezig is. Wat hij ook zegt, wat min of meer uit het voorgaande volgt is: « De même, un livre qu’on aime, c’est avant tout un livre dont on aime l’auteur, qu’on a envie de retrouver, avec lequel on a envie de passer ses journées. » Schrijvers wier persoonlijkheid zeer in hun werk aanwezig zijn, heten overigens niet zelden Gerard : Gérard de Nerval, Gerard Reve. Maar ook wel Knut en August. Patrick. Michel ook.

woensdag 10 september 2014

Dream regenerator

Mensheid! Wat ik toch allemaal droom de laatste tijd..! Het is gewoon niet meer normaal..! Laatst nog droomde ik dat Drs. P. op visite kwam, terwijl ik ken die man niet eens, en ik ben ook geen fan of bewonderaar, heb ook geen hekel aan hem, hij laat me Siberisch koud, hoewel ik hem uit medemenselijkheid uiteraard een warm hart toedraag. Maar hij staat dus in de deuropening, een beetje bedremmeld en ik zeg toe maar, kom maar binnen, maar nee, hij moet effe in de tuin kijken en hij wil almaar over voetbal praten… “Wat zijn ze toch gemeen, en die en die, wat trapt-ie veel op de enkels!” “Ja, ja,” zeg ik. “Nou nou.” Maar wat gebeurt er met Drs. P.? Hij verandert langzaam van aangezicht. Het had me al moeten opvallen dat hij lang haar heeft - Drs. P. met lang haar, kom op zeg! – maar nu wordt ie ook steeds jonger. “Zeg bent u Drs. P. eigenlijk wel..? Ik vertrouw u voor geen stuiver..!” En afgelopen nacht droomde ik nog veel gekker. Ik droomde godbetert van Catherine Keyl..! Catherine Keyl die in een of ander onwaarschijnlijk televisieformat de opdracht krijgt om in een tankstation langs de snelweg een stripteaseact te doen – en dat doet ze met verve! Haar benen zijn wat aan de korte kant evenals haar rokje trouwens, oei wat is dat rokje kort, maar jongens wat een geil kontje heeft ze als ze haar benen strekt en vooroverbuigt terwijl ze een tegen een barretje leunt als tegen een danspaal… Ze heeft een kontje om u tegen te zeggen, als van een jonge meid…! Telkens als ze tijdens haar act vooroverbuigt, komen onder het te korte rokje haar billen vrij, en kun je haar kutje zien en haar anus, alles nog in optima forma – ook Cahterine Keyl (Geyl) ondergaat in mijn droom blijkbaar een extreem effectieve verjongingskuur…! -Nou, mensheid, dat was het dan! Tot de volgende keer!

dinsdag 2 september 2014

Honger

Heb mezelf een enorm plezier gedaan door Honger van Knut Hamsun uit de bieb mee te brengen. Wat een boek! Iemand praat tegen je, vertelt je zijn verhaal en je wilt blijven luisteren. Die iemand is intelligent, grappig, fijngevoelig, zachtmoedig; maar ook verward, onhandig, klungelig en verontwaardigd & hij balanceert op het randje van de waanzin. Denk Inferno van Strindberg, denk Aurélia van De Nerval, zij ’t iets minder tragisch. (Het brengt me ook een boek van Paracelsus in herinnering, dat ik las ergens eind jaren negentig; stond op de reading list van Tool, die ik toen nog per gewone post ontving..) Afijn, een heerlijk boek dus. Levendige stijl, heel levendig (de kracht van het boek). –Op bladzijde 41 wordt de ik-figuur/ verteller ingehaald door twee mannen op hooiwagens. Een van hen slaat met een paardenzweep de hoed van het hoofd van de ik-figuur – een gemene streek. Terwijl ik het lees, terwijl ik me inleef in de woede en verontwaardiging van de ik-figuur, herinner ik me een voorval uit mijn eigen verleden dat hiermee een zekere gelijkenis vertoont. Hoe oud zal ik geweest zijn, 23, vierentwintig hooguit. Een zonnige zondagse voorjaarsnamiddag. Ik maakte een wandelingetje & ging op in gedachten comme d’habitude in those days. Plotseling een tractor met een platte boerenkar erachter. Op de platte kar joelende twintigers en dertigers in roodzwart tenue: een plaatselijk voetbalelftal was kampioen geworden. Met sommige van die types had ik zelf nog gevoetbald in mijn tienerjaren. Ik was veel beter dan zij. Maar nu scandeerden ze honend mijn naam en spoten me nat met bier. Olé olé olé. Mijn haat voor het klootjesvlok, toch al niet gering in die dagen, werd groter & groter…