Ik was in een kleine stad
Nabij een grens in het Oosten of zelfs nog veel verderop
Aan de rand van die landen aux noms de neige et de lune
Had ik een kamer in de herberg van de Gouden Beer
’s Avonds maakte ik een wandeling
Door de verlaten avenue tot aan het station
Waar een fiacre met een wit paard ervoor stond te wachten
Maar zonder koetsier
Er was niemand op het plein
De lichten op het station waren gedoofd
In de stilte vroeg ik
Of de sneltrein om negen uur zou stoppen
Zoals elke avond
Tja, in het Nederlands werkt het toch beduidend minder. Toch is de brontekst niet zo heel moeilijk te vertalen, anders had ik me er niet eens aan gewaagd. En toch, in het origineel is het betoverend. Vintage Modiano. Zie:
J’étais dans une petite ville
Près d’une frontière lointaine vers l ‘est ou même beaucoup plus loin
À la lisière de ces pays aux noms de neige en de lune
J’occupais une chambre à l’Auberge de l’Ours d’Or
Le soir je faisais une promenade
Le long de l’avenue déserte jusqu’à la gare
Devant laquelle attendait un fiacre attelé d’un cheval blanc
Mais sans cocher
Il n’y avait personne sur la place
La gare était éteinte
Dans le silence je demandais
Si le train express s’arrêterait à vingt et une heures
Comme chaque soir
Toen ik eens op een late zondagavond in de winter van 2012 uit de trein stapte en voor ik naar mijn auto liep een sigaret rookte voor het station van T., een kleine provinciestad, was alles, het plein ervoor, de trottoirs, de omringende huizen, helemaal verlaten. Dat voelde ook heel erg Modiano. (En ook een beetje Paul Delvaux.)
Posts tonen met het label Paul Delvaux. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul Delvaux. Alle posts tonen
zondag 11 mei 2014
zaterdag 24 november 2012
Stationsplein in de mist
Toen ik na de nodige vertraging om kwart voor tien uitstapte en het stationsplein zag, een weinig omsluierd als het was door de mist, besloot ik niet meteen naar mijn auto door te lopen en naar huis te rijden. Ik bleef een ogenblik staan en stak een sigaret op en keek naar het plein, dat ik toch al zo vaak gezien had en dat me meer dan vertrouwd was. Toch was het was een magnifiek gezicht. En niet alleen gezicht, niet alleen de lantaarns met hun door de mist getemperde witte licht, niet alleen de huizen, de twee straten om het pleintje (het mag echt geen naam hebben), niet alleen de man met het hondje of de jongen met de bontkraag, maar de gehele sfeer, de stilte, het lichte suizen dat je in de stilte hoort, de rook van mijn sigaret die hangen bleef, dat hele tableau was een surreëel kunstwerk op zich.
Abonneren op:
Posts (Atom)