Posts tonen met het label Groene Amsterdammer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Groene Amsterdammer. Alle posts tonen
zaterdag 23 augustus 2014
Irak
Zeer verhelderend artikel over de opkomst van IS en de situatie in Irak van de hand van Sander Zurhake in de Groene Amsterdammer. Amper twee bladzijden heeft hij nodig om de geschiedenis vanaf de verdrijving van Saddam Hoessein tot op heden uiteen te zetten en om duidelijk te maken hoe momenteel de stand van zaken is: of er ontstaat een nieuwe nationale eenheid waarbij de soennieten en sjiieten de handen ineen slaan, of er ontstaat een verregaande polarisatie die koren op de molen van IS is (no pun intended) en tot een burgeroorlog leiden kan.
zaterdag 1 februari 2014
Pratende onderbuiken
Las vanavond ‘Moet kunnen,’ een stuk van Joost de Vries in de Groene Amsterdammer over ‘pratende onderbuiken’ op de televisie. Hij heeft een theorietje over de verontwaardiging die eind vorig jaar de kop opstak rondom opmerkingen van Gordon, Spijkerman, Dijkshoorn en wie niet al, iets met het zwartepietdebat, afijn, niet zo heel interessant, en besluit ter staving van zijn theorie het stuk met de observatie dat er in januari van dit jaar bij VI gewoon weer grappen over homo’s worden gemaakt zonder dat er iemand over valt. Dat is iets waar ik het laatst op kantoor nog over had, grappen over homo’s bij VI. Moet toch kunnen zulke grappen? Natuurlijk moet dat kunnen. Wat mij betreft mogen overal grappen over worden gemaakt, graag zelfs, zo leer je de mensen kennen. Maar wat mijn bezwaar dan was? Welnu mijn bezwaar zit ‘m in de tendens van de grappen. Daaruit kun je opmaken dat zo iemand als RenĂ© van der Gijp die homoseks toch maar een bedenkelijke aangelegenheid vindt. Tuurlijk, hij is een liberale jongen, vrijheid blijheid en hij heeft niks tegen homo’s, dat geloof ik graag; maar het is in zijn ogen wel een inferieure vorm van seksualiteit. En de ellende is dat iedereen aan tafel –op Wilfred Genee na misschien – dat stiekem of niet stiekem ook vindt, en iedereen in de studio en iedereen in de huiskamer thuis.
Labels:
Groene Amsterdammer,
Joost de Vries,
Moet kunnen,
René van der Gijp,
VI
zondag 9 september 2012
Het geschenk
Toen ik vorige week donderdag vanuit Amsterdam terugtreinde naar huis, las ik in de Groene Marja Pruis d’r recensie van Het geschenk, de derde roman van Philip Snijder, die in de Volkskrant welwillend besproken werd. Marja Pruis is een stuk kritischer en dat mag, maar wat mij verbaasde, is dat zij haar belangrijkste punt van kritiek, namelijk “…de neiging van de schrijver iedere gedachte, kriebel, ergernis en overweging van zijn hoofdpersonage volledig uit te schrijven in bloedeloze passages” illustreert met deze in mijn ogen juist boeiende meditatie: “In de jaren na het eindexamen was leven – ik zag het gelaten onder ogen terwijl ik een stuk van mijn frikandel wegkauwde – van lieverlede een systematisch ontwijken van ongemakkelijke situaties geworden. Eigenlijk was die fletse strategie inmiddels de enige echte drijvende kracht achter mijn bestaan. Niet de vraag: Hoe kom ik er? Gaf richting aan mijn daden, maar: Hoe kom ik er weg? of: Hoe kom ik eromheen? Het ongetwijfeld loodzware bezoek aan die Groningse grootvader in het bejaardenhuis, het gevecht tegen mijn laaiende tegenzin dat ik daarvoor zou moeten aangaan: hoe kon iemand als ik, die ongeveer even krachtig in het even stond als de lellen patat tussen mijn vingers, zichzelf daartoe brengen?” Het menselijk tekort of het menselijk onvermogen, een toch niet te onderschatten thema in de literatuur, op even laconieke als pregnante wijze onder woorden gebracht. Iets waarop ik Marja Pruis, wier tweewekelijkse column in de Groene ik meestal lees, nog niet heb kunnen betrappen…
Labels:
Groene Amsterdammer,
Marja Pruis,
Philip Snijder,
Volkskrant
zondag 22 juli 2012
Wie van de drie?
Drie blote jongedames op de voorkant van de Groene Amsterdammer. Met alle drie wil ik maar al te graag van bil, dat spreekt. Maar met wie van de drie het liefste? Uiterst rechts het meisje met de blote vrouwelijkheid. De foto is heel decent. Juist daarom wellicht dat ie zo opwindend is. Ondanks de naaktheid, zelfs ondanks de ijdelheid van het smalle streepje schaamhaar, oogt de beeltenis onschuldig en juist dat maakt hem paradoxalerwijs opwindend. Het is de ingetogenheid en onschuld die de fantasie aanwakkert, de fantasie die zegt, ze is dan wel niet echt knap en ze heeft geen kloeke borsten, maar haar heupen zijn breed, haar huid is zacht en ze verstopt een geurig zilt geheim tussen haar kuis gesloten dijen. En ze is een beetje mollig, altijd fijn. Haar tepels zijn echter van een bruin dat ik niet mooi vind, ik ben en blijf een sucker voor roze tepels. En voor roze tepels moet je bij haar buurvrouw zijn. (Bruggetje.) Haar buurvrouw is ietsje tengerder, heeft een fijner besneden snoetje ofschoon ze zomin als de andere twee meisjes echt knap is. Wat ze wel gemeen heeft met de andere meisjes zijn de gesloten ogen die bijdragen aan de fascinatie. Erg geprononceerde (uitstekende) darmbenen, wat niet erg sexy klinkt maar het wel is, mede omdat ze zo mooi boven het blauwe broekje uitsteken, dat strak om haar kutje spant: over zilte geheimen gesproken! Nog magerder (de magerste van de drie) is het meisje aan de linkerzijde. Haar handen rusten tussen haar roze getepelde borsten die van bescheiden maar proportionele omvang zijn. Haar benen zijn dunne sprieten, bijna prepuberaal dun en haar witte broekje is veel minder goed gevuld dan dat van haar buurvrouw. Nochtans zou ik haar het liefst in mijn bed verwelkomen, want haar huid is lelieblank en haar krullende haar zalig oranje. En van de drie meisjes heeft zij de diepste navel.
zondag 8 juli 2012
Zondag, bloedeloze zondag
De zondag spoedt zich naar Spinnenman. In de Groene las ik over het eindtijddenken van Ahmadinejad en over de Amsterdamse binnenstad met zijn Starbucks en zijn Applestore. “Voordat ze opneemt verschijnt er een grote glimlach op haar gezicht. ‘Wat is het toch een mooi ding, die IPhone. Die wil je gewoon hebben.” Ze stapt op en verdwijnt de Utrechtsestraat in.” Boeiend. Ik heb de was opgehangen luisterend naar Blunderbuss. Vrijdag hoorde ik op de radio Freddy Mercury zingen: I’m falling in love. I’falling in love for the first time. This time I know it’s for real en ik dacht dakannie, het ene is met het andere in tegenspraak. Of David Bowie die in Space Oddity zingt: Tell my wife I love her very much, she knows. Waarom het haar zeggen als ze het toch al weet? En nu ik toch bezig ben: Carly Simon: You ‘re so vain, you probably think this song is abaud joe – tja, op z’n minst een beetje, niet? Op naar Spiderman 3D.
Labels:
Carly Simon,
David Bowie,
Groene Amsterdammer,
Jack White,
Queen,
Spider-man
Abonneren op:
Posts (Atom)