Posts tonen met het label Marja Pruis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marja Pruis. Alle posts tonen
zaterdag 8 juni 2013
Schrijversmantel
Meestal vind ik de column van Marja Pruis in de Groene maar zo zo, een beetje mutsenproza om het oneerbiedig te zeggen, maar ditmaal las ik haar stukje met grote instemming. “Niets is zo lastig om te bepalen of iets of iemand echt is, en toch is dat uiteindelijk het doorslaggevende element om iets wel of niet te omarmen. Of ik zeg het verkeerd: het bepalen is niet het probleem. Ik denk het altijd wel te weten, met tamelijk grote zekerheid. De kwestie is eerder het aan anderen duidelijk te maken; hoe doe je dat zonder de verdenking op je te laden een zuurpruim te zijn, een scherpslijper.” Ze zegt het inderdaad verkeerd, want je weet al vlug of iets authentiek is of niet. Voor de goeie orde, Marja Pruis heeft het over Tommy Wieringa, aan wie ze een paar sneren uitdeelt. Bij Tommy Wieringa denk ik ook meteen fake. Eind vorig jaar hoorde je in het reclameblokje na het Journaal op Radio 4 Tommy nog weleens een fragmentje uit zijn roman voorlezen. Twee of drie zinnen en je wist meteen: dat is effectbejag, maniĆ«risme. Daar haal ik mijn neus voor op, hoofdstukken strak als buxushaagjes of niet. Libris-prijs of niet.
zondag 9 september 2012
Het geschenk
Toen ik vorige week donderdag vanuit Amsterdam terugtreinde naar huis, las ik in de Groene Marja Pruis d’r recensie van Het geschenk, de derde roman van Philip Snijder, die in de Volkskrant welwillend besproken werd. Marja Pruis is een stuk kritischer en dat mag, maar wat mij verbaasde, is dat zij haar belangrijkste punt van kritiek, namelijk “…de neiging van de schrijver iedere gedachte, kriebel, ergernis en overweging van zijn hoofdpersonage volledig uit te schrijven in bloedeloze passages” illustreert met deze in mijn ogen juist boeiende meditatie: “In de jaren na het eindexamen was leven – ik zag het gelaten onder ogen terwijl ik een stuk van mijn frikandel wegkauwde – van lieverlede een systematisch ontwijken van ongemakkelijke situaties geworden. Eigenlijk was die fletse strategie inmiddels de enige echte drijvende kracht achter mijn bestaan. Niet de vraag: Hoe kom ik er? Gaf richting aan mijn daden, maar: Hoe kom ik er weg? of: Hoe kom ik eromheen? Het ongetwijfeld loodzware bezoek aan die Groningse grootvader in het bejaardenhuis, het gevecht tegen mijn laaiende tegenzin dat ik daarvoor zou moeten aangaan: hoe kon iemand als ik, die ongeveer even krachtig in het even stond als de lellen patat tussen mijn vingers, zichzelf daartoe brengen?” Het menselijk tekort of het menselijk onvermogen, een toch niet te onderschatten thema in de literatuur, op even laconieke als pregnante wijze onder woorden gebracht. Iets waarop ik Marja Pruis, wier tweewekelijkse column in de Groene ik meestal lees, nog niet heb kunnen betrappen…
Labels:
Groene Amsterdammer,
Marja Pruis,
Philip Snijder,
Volkskrant
zaterdag 30 juni 2012
Mutsenproza
Het eerste wat ik dacht toen ik die foto van Rachel Cusk zag in de Groene Amsterdammer, was daar wil ik op. (Niet ontiegelijk graag maar best wel.) Het tweede wat ik dacht bij het zien van die foto, was op wie lijkt Rachel Cusk? (Antwoord: op Fay Lofsky.) Volgens Marja Pruis is Rachel Cusk een van de interessantste schrijvers van dit moment omdat ze genadeloos over man-vrouwverhoudingen schrijft. Echt zo’n mutsenthema, man-vrouwverhoudingen, geen wonder dat dat Marja Pruis zo boeien kan. (Geen kwaad woord over Marja Pruis, want misschien is het wel een heel lieve mevrouw, maar de stukken die ze in de Groene schrijft, en dan met name haar columns, die zijn me van een mutserigheid… Overigens zag ik Fay Lofsky in de zaal van Nighttown, ergens in de zomer van 1999, bij een optreden van Mercury Rev. Toen ik naar Nighttown kwam toegelopen, stonden Jonathan Donahue en Grashopper op de hoek van de Kruiskade heel cool een sigaret te roken. Chasing a bee stond die avond op de setlist.
Abonneren op:
Posts (Atom)