Ik blader wat in Alcools van Guillaume Apollinaire. Op pagina 36 staat een gedicht getiteld Annie. Ik lees het en schiet bijna vol. Waarom? Waarschijnlijk omdat het in al zijn pure eenvoud gewoonweg geniaal is.
Annie
Sur la côte du Texas
Entre Mobile et Galveston il y a
Un grand jardin tout plein de roses
Il contient aussi une villa
Qui est une grande rose
Une femme se promène souvent
Dans le jardin toute seule
Et quand je passe sur la route bordée de tilleuls
Nous nous regardons
Comme cette femme est mennonite
Ses rosiers et ses vêtements n’ont pas de boutons
Il en manque deux à mon veston
La dame et moi suivons presque le même rite
Guillaume Apollinaire
Posts tonen met het label Alcools. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alcools. Alle posts tonen
zondag 1 november 2015
vrijdag 18 september 2015
Alcools
Vorige week was ik flaneur te Parijs. Ik flaneerde over de boulevard Saint-Germain ik ging een boekwinkel binnen ik zocht vond & kocht Alcools van Apollinaire. De bundel is mythisch, het eerste gedicht is weergaloos. Het heet Zone. Ik ben geen criticus of letterkundige of zo en mijn kennis van poëzie is beperkt. Maar laat ik beginnen met te zeggen dat Apollinaires beslissing om alle interpunctie achterwege te laten goed heel goed heeft uitgepakt. De verzen zijn ritmisch en rijmend en komen tot leven als je ze hard op zegt. Ze zijn geestig, een beetje provocerend soms, ze zijn ontroerend ook. Devotie en spotzucht vullen elkaar aan in plaats van elkaar uit te sluiten. Wat gebeurt er in het gedicht? Iemand –de dichter- wandelt door ruimte en tijd. De ruimte: Parijs. Maar ook Praag, Marseille, Koblenz, Amsterdam en zelfs Gouda. De tijd: verleden & heden; de kindertijd, de adolescentie, de volwassenheid. Ook de vele staten van het gemoed worden bezocht: begoocheling, devotie, geluk, hartzeer, verdriet, medelijden, verootmoediging. Veel verzen springen eruit en schreeuwen om geciteerd te worden. Zoals:C’est le Christ qui monte au ciel mieux que les aviateurs/Il détient le record du monde pour la hauteur En : Maintenant tu marches dans Paris tout seul parmi la foule/ Des troupeaux d’autobus mugissants près de toi roulent En : De Chine sont venus les pihis longs et souples/Qui n’ont qu’une seule aile et qui volent par couples Dikwijls is de eenvoud de kracht, de onschuld, de ogenschijnlijke tegenspraak:Te voici à Amsterdam avec une jeune fille que tu trouves belle et qui est laide. Het stellige ervan. Maar nu ga ik linzen koken, want er moet nog gegeten worden.
Labels:
Alcools,
Guillaume Apollinaire,
Parijs,
Zone
zondag 31 augustus 2014
Zeg het maar
Kort na elkaar twee dunne romans gelezen: De Vierde man van Gerard Reve en Een Liefde in Parijs van Remco Campert. Het was best een poos geleden dat ik iets van Reve las. Zijn briefwisseling met W.F. Hermans was denk ik het laatste en misschien omdat ik hem toen iets te veel door de ogen van Willem Frederik ben gaan bekijken, ben ik een beetje op dat drammerig clowneske van hem afgeknapt. Ten onrechte, want De Vierde Man was 24 karaats leesplezier. Humor en stijl gaan hand in hand in een tamelijk klassieke vertelling die gelardeerd is met erotiek en suspens. Stijl is alles en zoveel weet je des te meer als je Reve leest, daar vloeit bloed door de aderen, daar is een kunstenaar in de weer. In navolging van Patrick Modiano – hij noemt hem ook in zijn boek – strooit Remco Campert gul met Parijse straatnamen. Ik ken er een aantal, in het vijfde arrondissement ook wel eens een hotelletje geboekt. Misschien is Campert ook een stilist, of beter, hij schrijft “verzorgd” proza, en ook hij heeft humor, maar meer van het bedaagde soort; geniale gekte komt bij hem niet voor. Dat is ook zijn makke, denk ik. Er stroomt geen krachtig kunstenaarsbloed door zijn aderen. Een beetje somberen, en meesmuilend over eigen schouder meekijken, maar echt lijden of doorleefde ervaringen zul je in zijn werk niet snel aantreffen. Zo geldt ook voor Een liefde in Parijs. Leuk romannetje, goed uitgedokterd, goed in de steigers gezet en afgeplamuurd, maar zo vrijblijvend, zo sufkutterig, zo labbekakkerig. (En matige plot ook hoor, met die miskramen en die zoon als deus ex machina. …En wat te denken van deze zinsnede: “…in de nabijheid van ‘grote mannen’, die anders dan bloeiende planten tot stof vergaan.” Alsof planten niet tot stof vergaan..? ) Voor een goed humeur dan maar besluiten met een citaatje van Reve: “Opgewonden was ik wel, mede door de dwingende suggestie die van onze opgeslotenheid in het kleine, onpersoonlijke, afgelegen vertrekje uitging, en ruggemergsap had ik nog voldoende in voorraad. Als ik haar nu greep… haar tegen het buro duwde… haar fraaie geplisseerde rokje van haar, haar… zeg het maar.. naar beneden trok en haar dan ‘nam’, zo heette dat toch? Zoude ze schreeuwen of schandaal maken?...”
Abonneren op:
Posts (Atom)