zondag 16 juni 2013

Mijn Dochters en Ik

Ik ben een man van gewoontes. Zo lees ik als ik zaterdagsavonds thuis ben altijd de restaurantrecensie van Mac van Dinther in de Volkskrant op de wc. (Over eten lezen als je zit te poepen gaat heel goed, andersom is niet aan te bevelen.) Zijn huidige stukje heeft als titel Flexitarisch Feestje. Het restaurant dat in ogenschouw wordt genomen heeft een vijfgangen groentenmenu waarin vlees en vis nochtans niet geschuwd worden, bah. Als je een keer vegetarisch eten wilt, doe dat dan ook zonder vlees. Afijn, ik zat dus te poepen, het ging lekker vlot en terwijl ik dat stukkie van Mac van Dinther las, moest ik aan dat restaurant in Bergen NH denken, waar ik meer dan eens at en waar het zo fijn toeven was: Mijn Dochters en Ik. Hoewel het op internet nog een soort van spookbestaan leidt, met foutieve verwijzingen naar Bergen op Zoom en Bergen Limburg, is het allang ter ziele en dat is jammer. Het bestaat echter nog in mijn hoofd. Midden jaren negentig meer dan eens een zomers weekje toeven in Bergen en dan dat restaurant vinden, even buiten het dorp. Een restaurant met meer vegetarische dan vlees- en visgerechten. Een restaurant waar hippe en relaxte mensen aten. Een restaurant dat niet voor niets Mijn Dochters en Ik heette. Want de dochters deden de bediening. Een dochter vond ik nogal sexy en naar haar keek iets te vaak zodat ze het wel in de gaten had dat ik keek hoewel ik eigenlijk te verlegen was om te kijken. En ze leek het niet eens erg te vinden dat ik keek, al had ze tegelijkertijd iets ongenaakbaars. Maar zelfs als ze niet iets ongenaakbaars had gehad, had ik haar niet durven benaderen, want ik was daar niet erg sterk in midden jaren negentig, in mensen benaderen.

maandag 10 juni 2013

Tussen spiegels

Las vandaag Tussen spiegels geboren, een interessant artikel in de Groene Amsterdammer waarin Nina Polak twee boeken bespreekt: How Literature Saved My Life van David Shields en Living, Thinking, Looking van Siri Hustvedt. Shields is een romandoodverklaarder, Hustvedt juist een pleitbezorger voor de roman. Het is met name Shields die aan bod komt in het artikel; zijn beweegreden worden uiteen gezet en geanalyseerd. Ik bespeur bij mijzelf ook steeds meer wantrouwen richting de strak gecomponeerde roman; de schrijver ervan moet van goeden huize komen wil hij ermee op mijn instemming kunnen rekenen. De echtgenoot van Siri Hustvedt, Paul Auster, is typisch zo’n voorbeeld van iemand die naar Shields zou moeten luisteren. Zijn romans, zeker diegene waarin de personages voor levensecht moeten doorgaan, zakken dikwijls door het ijs, terwijl zijn non-fictie werk, zijn betekenisliteratuur, The Invention of Solitude, Hand to Mouth, Winter Journal, soms prachtig proza oplevert. “Zo ver als Hustvedt haar nek uitsteekt naar onbekende gebieden…” schrijft Nina Polak. Is dat jezelf een dichterlijke vrijheid veroorloven of slordigheid? Hoe dan ook, niet mee inzitten, boeit niet, geeft mij de gelegenheid om dit stukje quasi achteloos af te sluiten met een citaat van Auster uit een van de meest cruciale teksten uit Winter Journal, waarin de schrijver vertelt over het bizarre auto-ongeluk waarin hij met zijn gezin betrokken raakt en waarbij gevreesd wordt voor zijn vrouw Siri haar mooie nek: “After two Cat scans and a number X-rays, the doctors announce that no bones are broken in your wife’s back or neck. Happy, all of you happy, then, in spite of this brush with death, and as you leave the hospital together, your wife jokingly reports that the doctor in charge of conducting the CAT scans told her that she had the most perfect, most beautiful neck he had ever seen.”

zaterdag 8 juni 2013

Schrijversmantel

Meestal vind ik de column van Marja Pruis in de Groene maar zo zo, een beetje mutsenproza om het oneerbiedig te zeggen, maar ditmaal las ik haar stukje met grote instemming. “Niets is zo lastig om te bepalen of iets of iemand echt is, en toch is dat uiteindelijk het doorslaggevende element om iets wel of niet te omarmen. Of ik zeg het verkeerd: het bepalen is niet het probleem. Ik denk het altijd wel te weten, met tamelijk grote zekerheid. De kwestie is eerder het aan anderen duidelijk te maken; hoe doe je dat zonder de verdenking op je te laden een zuurpruim te zijn, een scherpslijper.” Ze zegt het inderdaad verkeerd, want je weet al vlug of iets authentiek is of niet. Voor de goeie orde, Marja Pruis heeft het over Tommy Wieringa, aan wie ze een paar sneren uitdeelt. Bij Tommy Wieringa denk ik ook meteen fake. Eind vorig jaar hoorde je in het reclameblokje na het Journaal op Radio 4 Tommy nog weleens een fragmentje uit zijn roman voorlezen. Twee of drie zinnen en je wist meteen: dat is effectbejag, maniërisme. Daar haal ik mijn neus voor op, hoofdstukken strak als buxushaagjes of niet. Libris-prijs of niet.

zaterdag 1 juni 2013

Schrijversk(l)iek

Vanochtend – net uit bed, sufferdesufsuf naar de plee om te plassen – schrok ik me het leplazarus: aangestaard werd ik, brutaal aangestaard door vijf lelijke koppen..! Vanaf de deurmat keken ze me onverdroten aan, en sommige nog hautain en geringschattend ook..! Het was de foto op de cover van het Volkskrant Magazine dat zich uit de krant zelf had losgemaakt, die mij deze onplezierige verrassing bezorgde. Toen ik enigszins van de schrik bekomen was (en gepist had) nam ik het blad van de mat en bladerde door naar de plek waar er nog vijfentwintig van die scribenten te zien waren – en plotseling drong het tot mij door waarom het nooit wat geworden is met die schrijverij van mij: ik ben gewoon niet lelijk genoeg..!

Boom

“Ik dacht aan een verhaal waarin een boom centraal staat. Een boom in een dorpshart bijvoorbeeld en dan die boom op zijn oude dag zijn verhaal laten doen van wat hij niet allemaal heeft meegemaakt, al die dingen waarvan hij de stille getuige is geweest. Vertelt ie hoe alles veranderd is in al die jaren, dat ie de tijd van paard en wagen nog heeft meegemaakt en zo. Maar ook een ernstig ongeluk, waarbij die zelf nog betrokken is geweest, een dronken automobilist die veel te hard gereden had en tegen hem was opgebost… Hij, de boom, had het overleefd… Lieflijke herinneringen ook, jonge paartjes die onder de beschutting van zijn lover hebben staan zoenen, en pikanter, diep in de nacht na afloop van een wild dorpsfeest, tegen zijn stam hebben geleund al nageslacht verwekkend… Tuurlijk en waren ook honden die tegen hem aan plasten - en niet alleen honden! Maar er was ook een jongen, een kind van een jaar of zeven, dat aan de voet van zijn stam en tussen zijn wortels een schat begroef, een dichtgebonden sigarenkistje met daarin Duitse marken en Franse franken en glazen kralen in allerlei kleuren en zelfs een zilveren armbandje… -Lijkt je dat geen mooi origineel uitgangspunt?”
“Welnee, is al zo vaak gedaan. Levenloos voorwerp als stille getuige. Tamelijk oubollig.”
“Maar een boom is toch geen levenloos voorwerp?”
“Nee dat is waar. Toch ben ik er zeker van dat ook dat al eens eerder is gedaan. Ik ben alleen niet belezen genoeg om het met vindplaatsen aan te tonen.”
“Nou jammer dan. Ik vond het een goed idee…”
“Helaas pindakaas.”
“Dan stap ik maar weer eens op.”
“Dat is best. Geef je de vrouw een beurt van me?”
“Dat zal ik doen. In de kut of in de kont?”
“Doe maar een keer in de kont.”

zondag 19 mei 2013

Jalousie de métier

Van Bril heb ik begin jaren negentig wel eens een romannetje gelezen, dat best aardig was, een beetje autobiografie uitgerekt tot romanproporties, van dat werk, om met Bril te spreken, en ik herinner me een gedichtje van hem: kut/of kont/of gaan we slapen, weinig verheffends, geen dichter aan verloren gegaan. Een man van hartstochten of grote bevlogenheid is Martin Bril ook nooit geweest, meer een van typisch Hollandse nurksheid. Dat ie op den duur dan toch van die mooie columns is gaan schrijven, geeft aan dat hij zijn vorm gevonden had. Die doorkijkjes op Holland zijn literaire evocaties waar Dirk van Weelden menig puntje aan zuigen kan, geen producten. Zou Dirk van Weelden gewoon niet een beetje erg jaloers zijn op het succes van Martin Bril, en niet eens perse omdat Bril meer succes had maar vooral omdat het hem wel is gelukt wat Dirk van Weelden niet is gelukt: namelijk uit te kristalliseren als schrijver? Als ik af ga op de her en der geciteerde fragmenten, (want dat boek ga ik echt niet lezen, zonde van mijn tijd) schrijft Van Weelden zoals ie praat en dat werkt niet aanmoedigend. Bovendien heeft het iets valserigs, wat Daniëlle Serdijn in de Volkskrant ook aanstipte. Bril als de man die een knieval maakte voor het grote geld en Van Weelden als de nooddruftige romantische kunstenaar, die offers durft te brengen voor de kunst. Ja lekker makkelijk als moeder de vrouw de kost verdient. Heb ik het nog niet gehad over die potsierlijke anagrammen. Brent Ramli? David Kennerwel? Kom aan zeg. En dan ook nog jezelf ophemelen en bewieroken in de derde persoon, wat een sneue bedoening.

maandag 13 mei 2013

The hidden cow

Mensen die mij kennen, weten dat ik een filosofische natuur ben. Toen ik vanochtend naar mijn werk reed, vroeg ik mij ineens af of een koe weleens klaarkomt. Ik ben geen crack in zoölogie, maar een koe is een zoogdier en zal dus wel over een clitoris beschikken. De vraag is of die clitoris ooit voldoende gestimuleerd wordt voor een loeiend koeienorgasme. Ik bedoel als de koe al het genoegen mag smaken door een stier bestegen te worden, dan zal de koe aan de clitoris weinig wrijving ervaren, aangezien stier en koe niet buik aan buik paren. Ook als de koe ’s avonds op stal staat en hete gedachten haar koeienhersens teisteren, is ze met haar hoeven niet in staat tot een lekker potje vingeren, gesteld dat ze er al bij zou kunnen. Triest triest triest, dacht ik, want ik vind koeien lieve zachtmoedige dieren die ik graag de sensatie van een spetterend orgasme gun. Maar toen moest ik denken aan die plaat van Tool waar ik midden jaren negentig zo geïntrigeerd door was dat ik het kunststof doosje van de CD sloopte om te kijken wat er achter het grijze ribbelplastic verborgen zat. Dit dus. Laat die koeien maar schuiven!