Posts tonen met het label Paul Auster. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul Auster. Alle posts tonen
maandag 10 juni 2013
Tussen spiegels
Las vandaag Tussen spiegels geboren, een interessant artikel in de Groene Amsterdammer waarin Nina Polak twee boeken bespreekt: How Literature Saved My Life van David Shields en Living, Thinking, Looking van Siri Hustvedt. Shields is een romandoodverklaarder, Hustvedt juist een pleitbezorger voor de roman. Het is met name Shields die aan bod komt in het artikel; zijn beweegreden worden uiteen gezet en geanalyseerd. Ik bespeur bij mijzelf ook steeds meer wantrouwen richting de strak gecomponeerde roman; de schrijver ervan moet van goeden huize komen wil hij ermee op mijn instemming kunnen rekenen. De echtgenoot van Siri Hustvedt, Paul Auster, is typisch zo’n voorbeeld van iemand die naar Shields zou moeten luisteren. Zijn romans, zeker diegene waarin de personages voor levensecht moeten doorgaan, zakken dikwijls door het ijs, terwijl zijn non-fictie werk, zijn betekenisliteratuur, The Invention of Solitude, Hand to Mouth, Winter Journal, soms prachtig proza oplevert. “Zo ver als Hustvedt haar nek uitsteekt naar onbekende gebieden…” schrijft Nina Polak. Is dat jezelf een dichterlijke vrijheid veroorloven of slordigheid? Hoe dan ook, niet mee inzitten, boeit niet, geeft mij de gelegenheid om dit stukje quasi achteloos af te sluiten met een citaat van Auster uit een van de meest cruciale teksten uit Winter Journal, waarin de schrijver vertelt over het bizarre auto-ongeluk waarin hij met zijn gezin betrokken raakt en waarbij gevreesd wordt voor zijn vrouw Siri haar mooie nek: “After two Cat scans and a number X-rays, the doctors announce that no bones are broken in your wife’s back or neck. Happy, all of you happy, then, in spite of this brush with death, and as you leave the hospital together, your wife jokingly reports that the doctor in charge of conducting the CAT scans told her that she had the most perfect, most beautiful neck he had ever seen.”
zaterdag 16 maart 2013
Boekenweek
Ik ben zo lamlendig als iets heel lamlendigs. Vanmiddag heb ik koffie gedronken met een vriendin en daarna zijn we naar de boekwinkel gegaan om een boek te kopen. Die boekenweekgeschenkboekjes zijn negen van de tien keer zonde van je tijd – toch wil ik het hebbe. Dan sta ik in zo’n boekwinkel en er is niet een roman die ik kopen wil. Geen zin in vertalingen. Geen zin in al die Nederlandse halftalenten. In de Volkskrant kreeg Jan van Aken vijf sterren voor zijn nieuwe roman, maar die recensie las ik met argwaan. Want geschreven door Bert Wagendorp die nooit recensies schrijft of het moet over een roman van Jan van Aken zijn, daarvoor maakt hij graag een uitzondering. Is dat een vriend van hem of zo? Ik hoor/ lees nooit wat van Jan van Aken. Dat ik hem ken, komt exclusief door Bert Wagendorp. En misschien schrijft Jan van Aken wel heel verdienstelijke historische romans, wie weet, maar ik vind het toch een te groot risico. Uiteindelijk maar Winter Journal van Paul Auster gekocht. En ondanks Engelstalig toch boekenweekgeschenkdingetje gehad.
zaterdag 3 november 2012
Oorlog en Vrede
Meer dan twintig jaar geleden, in 1990, las ik Oorlog en Vrede van Tolstoi. Dat las ik op mijn tandvlees, ik ergerde mij aan de uitweidingen van de verteller, aan zijn alwetendheid en aan het voorwoord waarin beweerd werd dat de verteller zo volstrekt objectief was en nooit op de voorgrond trad. Nou eg wel. Als een betweterige god trad hij op de voorgrond. Eén passage las ik geboeid: de initiatierite van Bezoechov bij de vrijmetselaars. Ik was het Frans toen nog niet machtig, en moest daarom hele pagina’s overslaan omdat de vertalers niet de moeite hadden genomen om die mee te vertalen. Als je Tolstoi leest, moet je maar Frans kennen, was waarschijnlijk de gedachte. Het “Russische” aan de roman beviel me, maar de roman was lang niet zo Russisch als het werk van Dostojewski, van wie ik op dat moment zo’n beetje alles al gelezen had. In Maanpaleis van Paul Auster kibbelen vader en zoon over wie de grootste Russische schrijver was: Tolstoi of Dostojewski. De zoon (de Paul Austerachtige figuur) koos voor Dostojewski – ik was het roerend met hem eens. Ik was het wel meer met Auster eens begin jaren negentig, vandaar ondermeer dat ik toen nogal van zijn werk hield. Maar toen ik in 2002 Maanpaleis herlas vond ik het nogal teleurstellend. Daarna las ik nog een paar romans van Auster die tussentijds waren uitgekomen en ook die vond ik teleurstellend, ondanks dat ze overwegend goede recensies hadden gekregen. Sommige waren ronduit slecht en ongeloofwaardig. Omdat die romans dikwijls ook in enigszins hortend Nederlands gesteld waren, las ik vorig jaar Invisible in het Engels. De zinnen waren vloeiender, maar ook deze roman kon mij nauwelijks bekoren. Seks tussen broer en zus als iets heel gruwzaams presenteren, net doen of dat heel choquerend is, poeh, wat suf. Als ik een mooie zuster had, en ze wilde, dan neukte ik haar ook in alle gaten en plooien. Zelfs als ze wat minder mooi was. No big deal.
Labels:
Fjodor Dostojewski,
Lev Tolstoi,
Paul Auster
Abonneren op:
Posts (Atom)