zaterdag 16 maart 2013

Boekenweek

Ik ben zo lamlendig als iets heel lamlendigs. Vanmiddag heb ik koffie gedronken met een vriendin en daarna zijn we naar de boekwinkel gegaan om een boek te kopen. Die boekenweekgeschenkboekjes zijn negen van de tien keer zonde van je tijd – toch wil ik het hebbe. Dan sta ik in zo’n boekwinkel en er is niet een roman die ik kopen wil. Geen zin in vertalingen. Geen zin in al die Nederlandse halftalenten. In de Volkskrant kreeg Jan van Aken vijf sterren voor zijn nieuwe roman, maar die recensie las ik met argwaan. Want geschreven door Bert Wagendorp die nooit recensies schrijft of het moet over een roman van Jan van Aken zijn, daarvoor maakt hij graag een uitzondering. Is dat een vriend van hem of zo? Ik hoor/ lees nooit wat van Jan van Aken. Dat ik hem ken, komt exclusief door Bert Wagendorp. En misschien schrijft Jan van Aken wel heel verdienstelijke historische romans, wie weet, maar ik vind het toch een te groot risico. Uiteindelijk maar Winter Journal van Paul Auster gekocht. En ondanks Engelstalig toch boekenweekgeschenkdingetje gehad.

dinsdag 12 maart 2013

Grieperdepiep

Ik heb grieperdepiep. Mijn lichaam doet rillerderil. Nu de ergste hoofdpijn achter de rug is, lukt het me om een paar woorden te tikken. Motivatie daar schort het aan evenwel, en ook de inspiratie laat het afweten, om nog maar te zwijgen van de overtuiging want ook daaraan ontbreekt het ten enenmale. Ik ben begonnen met lezen in Onbewaakt Ogenblik. Met wat goede wil is het sympathiek te noemen, maar daar is alles mee gezegd. Gekocht dat boek omdat er een “essay” over Modiano in staat, bon, dat heb ik al uit. Ik ga naar Parijs volgende maand. Stel ik loop Patrick Modiano tegen het lijf in een café of zo, wat zal ik dan tegen hem zeggen? “Monsieur, vous êtes Patrick Modiano, n’est-ce pas? Je suis un grand admirateur de vous. J’ai lu presque tous vos livres en Français. C’était merveilleux ! Merci à vous. » Maar wellicht herinnert hij zich het Vlaams uit zijn kindertijd en kan ik hem gewoon in het Nederlands aanspreken….

zaterdag 2 maart 2013

De liefde

Een vriendin gaf mij het blad De Liefde te leen. Achterop staan de volgende aanbevelingen. ‘“Ik denk dat ik mijn vrouw de deur uitdoe en alleen nog maar De liefde lees.” Ronald Giphart, schrijver. “Een blad over de liefde? Dat lijkt me de beste uitvinding sinds het wiel.” Peter Buwalda, schrijver.’ Daar zakt je broek toch van af? Halina Reijn staat met haar dikke kont in een doorschijnende onderbroek met verder niets aan op hoge hakken in een soort van Franse tuin, foto in zwart-wit, heel artistiek. Ze wil getemd worden door een bankdirecteur of zo.

Een kopje koffie

Niet zelden, zeg maar gerust behoorlijk vaak, drink ik op zaterdagmiddag na mijn zwemtraining een warme chocolademelk gevolgd door een koffie in dit of dat café. Ik lees dan meestal de boekenbijlage van de Volkskrant, krabbel wat in mijn mollenvel, heel jofel allemaal. Maar dan komt het moment dat ik mijn warme choco op heb en een koffie wil bestellen. “Mag ik een koffie?” vind ik niet kunnen, ik heb immers al iets gedronken. Maar “Mag ik nog een koffie?” vind ik eveneens merkwaardig, want het is de eerste koffie die ik bestel. Als je in Frankrijk zin hebt in een tweede bakkie, vraag je om “un autre café.” Ook zoiets. Alsof die eerste niet goed genoeg was…

vrijdag 1 maart 2013

powwutrie in proos

Onaf proza gedicht dat behalve door zijn openlijk beleden onafheid opvalt door zijn ontstellend lange piemel die nochtans niets van de inhoud blootgeeft (tenzij door een Freudiaanse verspreking)

Masturberen is goed voor een mensaap. Vooral in mijn jonge jaren heb ik heel wat af gemasturbeerd. Ik weet nog goed dat ik in 1993 (of was ’94?) in Nader tot u (of was het in Op weg naar het einde?) las dat Gerard Reve zich op een dag zeven keren had afgerukt en dat ik dacht, dat kan ik ook – en ik kon het ook! Toegegeven: aan de zesde en zevende keer beleefde ik nauwelijks nog plezier, maar een prestatie was het, en dat telt. Zo heb ik toch nog iets gepresteerd in mijn leven.

Synoniem voor prestatie of presteren.

zondag 17 februari 2013

Spinvis in Junushoff

Een optreden inleiden met een geluidsopname van Tommy Wieringa die een pseudoliteraire tekst uitspreekt, dat kan Spinvis voortaan beter achterwege laten. Ben sowieso allergisch voor die Wieringa meneer, maar als die dan met een soort van warme intonatie een soort van intieme dingen zeggen gaat in soort van spreektaalstijl met woorden als geil en pik en de klok doet tik dan rijzen mijn haren helemaal ten berge, gatverdamme. Heb een beetje zitten letten op de teksten van Spinvis tijdens het luisteren en ik denk dat ik er wel uit ben: hij maakt poëzie van het prozaïsche. Heel veel beeldmateriaal is ontleend aan alledaagse gebeurtenissen, klein leed, verborgen verdrietjes die groter drama doen vermoeden. Ook bijzonder veel imperatieven trouwens.

Broekrok


Met mode heb ik weinig tot niets, toch lees ik ’s zaterdagsavonds als ik op de plee een dikke drol van stront zit te draaien graag de stijlrubriek van Cécile Narynx. Niet alleen heeft zij een heerlijk hautain hoofd dat veel liederlijkheid doet vermoeden, ze komt ook nog heel aardig uit haar woorden. Heel subtiel –en soms minder subtiel, maar toch altijd met finesse- zeikt ze BN’ers af, of – maar dat slechts zeer sporadisch – steekt ze met zwier een veer in de kont.

Ik mag dan weinig tot niets met mode hebben, toch zou ik, als ik het niet zo druk had met andere zaken, het serieus overwegen om met een broekrok voor keepers op de markt te komen. Waar zich een gapend gat tussen de benen van een keeper bevindt - denk aan hoe Vitessekeeper Piet Velthuizen zich twee weken terug tussen de benen door spelen - , daar bevindt zich ook een groot gat in de markt.