Posts tonen met het label Ronald Giphart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ronald Giphart. Alle posts tonen

donderdag 24 september 2015

Adriaan van Dis kijkt wat sip ondanks Constantijn Huygens-prijs

Gisteravond laat zat ik met een biertje in mijn ene en een sigaretje in mijn andere hand onderuitgezakt voor de tv naar Pauw te kijken waar Adriaan van Dis in het zonnetje gezet werd omdat hij de Constantijn Huygens-prijs gekregen heeft. Maar het was een zonnetje met een paar wolkjes ervoor. De redactie van het programma had namelijk een paar collega-schrijvers zover gekregen dat ze in de camera iets tegen Adriaan wilden zeggen. Dus kreeg Adriaan kudos van Tom Lanoye en Ronald Giphart en Abdelkader Benali; maar de lof die hij kreeg toegezwaaid betrof vooral zijn ambassadeurschap voor het boek –van zijn exceptionele literaire kwaliteiten werd niet gerept. Wijselijk – ook wel een beetje pijnlijk – want over exceptionele literaire kwaliteiten beschikt Van Dis niet. Ik heb vier of vijf boeken van hem gelezen, die ik best onderhoudend en vermakelijk vond; maar ik was niet, bepaald niet, onder de indruk van zijn stijl. Sterker ik vond zijn stijl soms ronduit saai. Makkelijk uit je woorden komen, moeiteloos kunnen formuleren, het biedt geen garantie voor een pakkende stijl, zoveel blijkt eens te meer uit het werk van Van Dis. Dat hij de Constantijn Huygens-prijs krijgt toegekend, voor Nederland toch een zeer belangrijke oeuvreprijs, zegt dan ook alles over ons kleine taalgebied. Ieder jaar moet toch iemand die prijs krijgen.

zaterdag 2 maart 2013

De liefde

Een vriendin gaf mij het blad De Liefde te leen. Achterop staan de volgende aanbevelingen. ‘“Ik denk dat ik mijn vrouw de deur uitdoe en alleen nog maar De liefde lees.” Ronald Giphart, schrijver. “Een blad over de liefde? Dat lijkt me de beste uitvinding sinds het wiel.” Peter Buwalda, schrijver.’ Daar zakt je broek toch van af? Halina Reijn staat met haar dikke kont in een doorschijnende onderbroek met verder niets aan op hoge hakken in een soort van Franse tuin, foto in zwart-wit, heel artistiek. Ze wil getemd worden door een bankdirecteur of zo.

zondag 4 november 2012

Smakeloos

Dautzenberg gooit weer eens een steen in de vijver. Een nier afstaan aan een medemens vind ik groots, of je dat nu doet uit medemenselijkheid of aandachttrekkerij, maar een ordinaire scheldpartij op de zo tragisch aan zijn eind gekomen Tonio is nogal abject. Dat het niet meer dan aandachttrekkerij is blijkt uit de polemiek die Dautzenberg heeft uitgesproken op wat de avond van de polemiek schijnt te zijn geweest. In het tweede deel daarvan zet hij uiteen dat zijn polemiek niet tegen Tonio gericht is, maar tegen de verwording van de Nederlandse literatuur tot amusement. Daarbij noemt hij Ronald Giphart, die volgens hem eens een angry young man is geweest, ahum, dat is mij al die tijd ontgaan dan, ik dacht dat Giphart juist de persoon was die de oppervlakkigheid in de Nederlandse literatuur geïntroduceerd had, en Joost Zwagerman als eens een literaire rebel, terwijl Joost Zwagerman van dag één de vleesgeworden behaagzucht is geweest, iemand die goed uit zijn woorden kan komen, maar niet iemand van enige literaire importantie. Boeiende voorbeelden dus waarmee hij zijn betoog kracht bijzet. De boekenbusiness, ook de literatuur, is grotendeels door het kapitalisme ingekapseld, wat wil je, zo gaat en zo ging dat. In plaats van daarover je diepgevoelde verontwaardiging te uiten, nogmaals ahum, kun je beter een echt boek gaan lezen. Want gelukkig zijn die nog altijd gewoon te koop.