Posts tonen met het label Joost de Vries. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Joost de Vries. Alle posts tonen

zaterdag 15 februari 2014

Superego

Ik zit op de plee en ik lees… Lof voor een rommelig leven, een stuk over Norman Mailer van Joost de Vries in de Groene Amsterdammer. Midden jaren negentig las ik op instigatie van De Enge Man (William S. Burroughs) Ancient Evenings… na ja, ik las de vertaling: Avonden in de oudheid. En nu lees ik dus – nooit geweten – dat die roman, die ik nochtans hogelijk apprecieerde, indertijd “volkomen bespot” is geweest. Nu, daar kan Joost de Vries ook niets aan doen. Waar hij wel iets aan kan doen, is zijn bespottelijke hoogdravendheid: “Wie ook maar iets van Norman Mailer gelezen heeft weet dat hij zelf vooral geïnteresseeerd was in die ondergrondse rivier – het geweld, de seks, het freudiaanse superego dat alle rationaliteit verdringt.” Het freudiaanse superego dat alle rationaliteit verdringt..??? Het superego of Über-ich is juist de corrigerende instantie die de begeerte aan banden legt, om dat te weten hoef je geen psychologie gestudeerd te hebben; en als je het niet weet, probeer dan geen goede sier te maken met zo’n begrip…

zaterdag 1 februari 2014

Pratende onderbuiken

Las vanavond ‘Moet kunnen,’ een stuk van Joost de Vries in de Groene Amsterdammer over ‘pratende onderbuiken’ op de televisie. Hij heeft een theorietje over de verontwaardiging die eind vorig jaar de kop opstak rondom opmerkingen van Gordon, Spijkerman, Dijkshoorn en wie niet al, iets met het zwartepietdebat, afijn, niet zo heel interessant, en besluit ter staving van zijn theorie het stuk met de observatie dat er in januari van dit jaar bij VI gewoon weer grappen over homo’s worden gemaakt zonder dat er iemand over valt. Dat is iets waar ik het laatst op kantoor nog over had, grappen over homo’s bij VI. Moet toch kunnen zulke grappen? Natuurlijk moet dat kunnen. Wat mij betreft mogen overal grappen over worden gemaakt, graag zelfs, zo leer je de mensen kennen. Maar wat mijn bezwaar dan was? Welnu mijn bezwaar zit ‘m in de tendens van de grappen. Daaruit kun je opmaken dat zo iemand als René van der Gijp die homoseks toch maar een bedenkelijke aangelegenheid vindt. Tuurlijk, hij is een liberale jongen, vrijheid blijheid en hij heeft niks tegen homo’s, dat geloof ik graag; maar het is in zijn ogen wel een inferieure vorm van seksualiteit. En de ellende is dat iedereen aan tafel –op Wilfred Genee na misschien – dat stiekem of niet stiekem ook vindt, en iedereen in de studio en iedereen in de huiskamer thuis.

vrijdag 4 oktober 2013

Uitmelken

In de Groene Amsterdammer wijdt Joost de Vries vier kolommen aan de seksboeken van Jamal Ouariachi, David Pefko en Daan Heerma van Voss. Boven het stuk prijkt een foto van het drietal, dat poseert in een bos met dunne naaldbomen. Alsof het de leden zijn van een of andere interessantdoenerige indie rockband. De Vries schrijft dat A.F.Th van der Heijden het duidelijke voorbeeld is voor Jamal Ouariachi. Dat trof mij, omdat ik Jamal met zijn kornuiten deze week aan tafel zag zitten van het zeer sexy praatprogramma Tijd voor Max en mij toen opviel dat hij in zijn manier van praten, in zijn intonatie en in zijn mimiek erg veel weg heeft van diezelfde A.F.Th van der Heijden. Net zoals ik, toen ik Anton Dautzenberg voor het eerst op televisie hoorde praten, meteen aan Ronald Waterreus moest denken, maar dat geheel ter zijde.