zaterdag 23 augustus 2014

Irak

Zeer verhelderend artikel over de opkomst van IS en de situatie in Irak van de hand van Sander Zurhake in de Groene Amsterdammer. Amper twee bladzijden heeft hij nodig om de geschiedenis vanaf de verdrijving van Saddam Hoessein tot op heden uiteen te zetten en om duidelijk te maken hoe momenteel de stand van zaken is: of er ontstaat een nieuwe nationale eenheid waarbij de soennieten en sjiieten de handen ineen slaan, of er ontstaat een verregaande polarisatie die koren op de molen van IS is (no pun intended) en tot een burgeroorlog leiden kan.

zondag 10 augustus 2014

Kosmogonie

In den beginne liet God een scheet – en die mocht er wezen. Zo creëer je nog es een atmosfeer! Een flinke drol van stront bakken – en welaan, daar heb je de aarde. Nou nog ff pissen: rivieren, een wereldzee! Scheppen was nog nooit zo gemakkelijk…

dinsdag 5 augustus 2014

Tantalus en de troost van muziek

Gisterenmiddag liep ik rond in het centrum van Utrecht. Mooie jonge vrouwen all over the place. Ik voelde me als een kind in een attractiepark dat nergens in mocht. Die billen in uitpuilende strakke broekjes, de blote benen, de iets te dikke blote benen waar ik alleen maar naar kijken kon als een kansloze geilneef van middelbare leeftijd…
Ook mooi: het adagio van het 23ste pianoconcert van Mozart. Die hemelse melodie met klarinet en fluit, wie heeft hem die ingeblazen? Ik bedoel, waar komt zoiets vandaan? Het is er niet – en dan is het er. Zomaar uit de lucht geplukt.

vrijdag 1 augustus 2014

Schijtlezen once again

De Groene lees ik bijna exclusief op het schijthuis. Ditmaal las ik over de Paus, over Erdogan, en over Freud. Nog was de stront niet geheel uit mijn kont dus las ik door. Een zoveelste stukje over een punkrockband van Leon Verdonkschot dat overigens wel een mooie zin opleverde. Ter inleiding: “We hebben het hier over punk; dan gelden criteria als vernieuwing en innovatie niet.” (Huh? Vernieuwing en innovatie? Ach een tautologie als stijlfiguur zullen we maar denken…) En dan nu de zin: “Hier hoeven geen wielen te worden uitgevonden, hier moeten stenen door ruiten.” Chapeau. Het lekkerst bewaarde ik voor het laatst: de tweewekelijkse column inzake literatuur van Christiaan Weijts. Christiaan Weijts is behalve schrijver en columnist tegenwoordig ook beroepsdeformatie, getuige de volgende zin: “Ik ga me er niet aan wagen, maar zat de afgelopen weken wel, als een beroepsdeformatie, te dagdromen over welk perspectief zo’n boek of film zou moeten hebben.”

zondag 20 juli 2014

Goed idee!

Ze komt me tegemoet gelopen op de Waalbandijk. Slank, rijzig, zomerjurk, zonnebril. Nog voor ik haar gegroet heb – goedemorgen! – heb ik haar al uitgekleed, haar hals gezoend, aan haar puntige borsten gelebberd als een dorstige baby, mijn hand tussen haar benen, mijn vingers in haar zilte nat, en dan mijn pik erin en na vier vijf keer aanhalen mijn zaad: zo snel kan dan gaan! En twee honderd meter verderop nog een juffrouw, klein, blond, rood topje, wit broekje. “Goedemorgen!” zegt ze opgewekt. “Goedemorgen,” zeg ik terug. “Weertje hè?” “Ja, goed weer om te neuken. Ga je mee?” Nou, dat vond ze een goed idee.

zaterdag 12 juli 2014

Tjesus

Gisteren heb ik Zeer Helder Licht van Wessel te Gussinklo uitgelezen. Alom de hemel in geprezen door de kritiek. Ik heb mijn bedenkingen. Zeker, het is geen misselijk boek. Er zit een zeer klare beschouwing in over de worsteling die het bestaan is voor de mens. Hoe er vormen nodig zijn, handvatten, regels, cultuur om er vat op te krijgen, om het naar je hand te kunnen zetten; en hoe moeilijk dat dat is, voor veel mensen, voor de zwakkere mensen vaak te moeilijk, ik weet er alles van. Maar het gaat toch vooral om die grote net niet geconsumeerde liefde van een man van dertig voor een meisje van nog geen twintig. Over de obstakels en over het mislopen van de relatie en over de gevolgen daarvan, over hoe Wander, de hoofdpersoon, daardoor uit het lood geslagen raakt, en wat voor gevoelens dat in hem doet opspringen. Want er springt wat op in de roman, wat zeg ik, in Wander, van alles springt er op in hem. (Soms welt er ook iets op, voor de afwisseling, maar meestal is het springen.) Dat brengt me bij de veelgeprezen stijl, die erg parlando is, vloeiend, virtuoos ook wel, maar die naar gelang de roman vordert toch ook iets van een deuntje krijgt, met dat voortdurende tjesus, tjonge & nou ja.” En dan hebben we nog de goedmoedige schlemiel Berend die, je ziet het aankomen, er wordt heel nadrukkelijk op aangestuurd, langzaam maar zeker zijn masker van slaafse welwillendheid laat zakken en zich als een potentiële moordenaar ontpopt – waarvoor, voor wat noodzakelijke ontwikkeling in de roman? Ook een component die me maar matig bevalt. Wat goed is, is de herkenbaarheid van het liefdesverdriet. Het bracht mij de gevoelens van wanhoop, verdriet en onvervuld verlangen in herinnering van een ingebeelde maar daarom niet minder intens beleefde liefde die onbeantwoord bleef. Eenentwintig was ik en radeloos. Ook ik kon niet eten, niet slapen, en verloor alle lust tot leven: de symptomen van de ziekte die liefde heet. Ik schreef er een roman over om er bovenop te komen: schrijven als remedie. Exhibitie van een Open Wond was de titel. Nog erger dan de titel was de roman.

zaterdag 5 juli 2014

Luxemburg stad, 3 juli 2014

...Heb nog op het punt gestaan om “Vous êtes très belle” te zeggen tegen een schone – maar erg dunne – jongedame in een chique mantelpakje die naast me voor een zebrapad stond te wachten op groen licht, maar – same old song – uiteindelijk dorst ik weer niet (of zag ik ’t zinloze ervan in) (hoewel ze lachte best lief naar me) (anders dan al die andere godinnen in mantelpak of designerjurkje die je nog geen blik waardig keuren, zelfs al kleed je ze uit met je ogen…) De godinnen van Luxemburg, de godinnen van de haute finance, die in hun spiksplinternieuwe Morris Mini de stad doorkruizen, zonnebril op ’t delicate neusje, het haar zwart of blond maar altijd steil en lang, ze maken een nar van mij, ten overstaan van hen voel ik me als de Fou uit Le Fou et la Vénus van mijn verre bloedverwant (zijn vader was de moeder van een zus van mijn betovergrootachternicht) Charles Baudelaire.