Posts tonen met het label Charles Baudelaire. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Charles Baudelaire. Alle posts tonen
zaterdag 5 juli 2014
Luxemburg stad, 3 juli 2014
...Heb nog op het punt gestaan om “Vous êtes très belle” te zeggen tegen een schone – maar erg dunne – jongedame in een chique mantelpakje die naast me voor een zebrapad stond te wachten op groen licht, maar – same old song – uiteindelijk dorst ik weer niet (of zag ik ’t zinloze ervan in) (hoewel ze lachte best lief naar me) (anders dan al die andere godinnen in mantelpak of designerjurkje die je nog geen blik waardig keuren, zelfs al kleed je ze uit met je ogen…) De godinnen van Luxemburg, de godinnen van de haute finance, die in hun spiksplinternieuwe Morris Mini de stad doorkruizen, zonnebril op ’t delicate neusje, het haar zwart of blond maar altijd steil en lang, ze maken een nar van mij, ten overstaan van hen voel ik me als de Fou uit Le Fou et la Vénus van mijn verre bloedverwant (zijn vader was de moeder van een zus van mijn betovergrootachternicht) Charles Baudelaire.
Labels:
Charles Baudelaire,
harlekijn,
Luxemburg,
mantelpakjes
dinsdag 17 september 2013
Pilobroek
Gisteren had ik vooral hoofdpijn. Soms zat ik even beneden. Maar dan hield ik het niet uit en ging maar weer naar bed. Vandaag hoest ik en proest ik nog, maar met een helder hoofd zodat ik de tijd met lezen in plaats van met ijlen doden kan. En dat doe ik. Ik lees in De droom van Baudelaire van Roberto Calasso, een geleerd maar gelukkig ook een gepassioneerd boek, dat ik met hetzelfde plezier lees als heel lang geleden die dunne Nederlandse vertaling van teksten uit Walter Benjamins boek over de Passages in Parijs. Natuurlijk lees ik ook Baudelaire zelf, Le Cygne, en de gedichten gewijd aan Mme Sabatier. ( A celle qui est trop gaie hangt al meer dan twintig jaar aangeplakt aan de zijwand van mijn boekenkast.) Daarbij lees ik voor comic relief (maar niet heus) Een dagje naar het strand van Heere Heeresma. Robuust proza, ietwat stekelig soms, maar uitermate goed. “En hij in zijn pilobroek en leren jack, omgeven met een odium van misprijzen en lege, volstrekt lege eenzaamheid.” Ik naar google afbeeldingen op zoek naar een pilobroek en zie.
zaterdag 24 augustus 2013
Le vin du solitaire
Zelf ben ik niet zo verslavingsgevoelig. Toch heb ook ik de geneugten van de alcohol gezocht. Ik was een roesdrinker. Vooral als ik in een hotel overnachtte dorst ik hem te raken. Aan een bar zitten, bourbon whisky bestellen, sigaret opsteken. Na drie sigaretten en drie bourbon whisky kwam de roes. Hoewel ik geen sociale drinker was, stemde de drank me steevast mild. Mijn hart werd groter naarmate ik meer drank innam. Het nadeel van aan de bar zitten is dat mensen soms een praatje met je willen aanknopen. Praatzieke kroegtijgers, querulanten met een kwade dronk, nimmer een leuke jonge deerne. Ik leerde mijzelf aan om aan een tafeltje te gaan zitten. Omdat je aan een tafeltje minder snel je bestelling plaatsen kunt als aan de bar, leerde ik mijzelf eveneens aan twee bourbon whisky tegelijk te bestellen: een met ijs, een zonder ijs. Niet zelden werden de glazen tegenover elkaar geplaatst in plaats van naast elkaar, omdat de ober dacht dat ik alvast voor mijn gezelschap besteld had. “Voor wie is de whisky met ijs?” Maar ik had nooit gezelschap. Ik dronk vijf of zes bourbon whisky’s en dichtte mezelf een glorieuze toekomst toe met literair succes en lieve mooie vrouwen. Wat er om me heen gebeurde merkte ik nauwelijks nog op.
Labels:
Charles Baudelaire,
Le Vin,
Les fleurs du mal
Abonneren op:
Posts (Atom)