zaterdag 7 juni 2014

maden

Zijn zoon heet Bram. Dat lees ik op de binnenkant van zijn onderarm als hij voorbij gestrompeld komt. Driekwartsbroek. Tattoo over de gehele lengte van het scheenbeen. Oorringetje. Hij bukt moeizaam bij de op de grond uitgestalde aardbeien en zoekt kieskeurig het beste doosje uit. Gaat de groentewinkel in, rekent af, strompelt langs mij het winkelcentrum uit. Even later komt hij weer terug met een groen plastic bakje in zijn hand. Een plastic bakje met minuscule gaatjes in de deksel. Trekkend met zijn been loopt hij de dierenwinkel in. Maden kopen.

zondag 18 mei 2014

Nieuwe woorden

DWDD op z’n smalst. Een dikke meneer van de Dikke Van Dale komt de nieuwe woorden in zijn woordenboek toelichten. Matthijs van Nieuwkerk draagt de seksueel getinte woorden aan. Pisnicht Paul de Leeuw gaat verontwaardigd zitten doen over het woord pisnicht, ofschoon dikke meneer (Ton den Boon) al zes keer heeft uitgelegd dat de Dikke Van Dale alleen een registreerde functie heeft en geen morele afwegingen maakt. Fair enough me dunkt. En dan is er Ronald Snijders met zijn aan André van Duin ontleende mimiek, die geforceerd grappig doet zonder het echt te zijn ofschoon de rest van de tafel en het publiek hem graag bijvalt. Met z’n drieën maken ze het leven zuur van de dikke meneer. Matthijs van Nieuwkerk vraagt aan het eind van het gesprek of hij, de dikke meneer, het nog naar zijn zin heeft en of hij volgend jaar weer terugkomt. (Dat vragen ze bij DWDD tegenwoordig bijna bij iedereen want anders krijgen ze het programma niet vol.)

zondag 11 mei 2014

Station bij avond

Ik was in een kleine stad
Nabij een grens in het Oosten of zelfs nog veel verderop
Aan de rand van die landen aux noms de neige et de lune
Had ik een kamer in de herberg van de Gouden Beer
’s Avonds maakte ik een wandeling
Door de verlaten avenue tot aan het station
Waar een fiacre met een wit paard ervoor stond te wachten
Maar zonder koetsier
Er was niemand op het plein
De lichten op het station waren gedoofd
In de stilte vroeg ik
Of de sneltrein om negen uur zou stoppen
Zoals elke avond

Tja, in het Nederlands werkt het toch beduidend minder. Toch is de brontekst niet zo heel moeilijk te vertalen, anders had ik me er niet eens aan gewaagd. En toch, in het origineel is het betoverend. Vintage Modiano. Zie:

J’étais dans une petite ville
Près d’une frontière lointaine vers l ‘est ou même beaucoup plus loin
À la lisière de ces pays aux noms de neige en de lune
J’occupais une chambre à l’Auberge de l’Ours d’Or
Le soir je faisais une promenade
Le long de l’avenue déserte jusqu’à la gare
Devant laquelle attendait un fiacre attelé d’un cheval blanc
Mais sans cocher
Il n’y avait personne sur la place
La gare était éteinte
Dans le silence je demandais
Si le train express s’arrêterait à vingt et une heures
Comme chaque soir

Toen ik eens op een late zondagavond in de winter van 2012 uit de trein stapte en voor ik naar mijn auto liep een sigaret rookte voor het station van T., een kleine provinciestad, was alles, het plein ervoor, de trottoirs, de omringende huizen, helemaal verlaten. Dat voelde ook heel erg Modiano. (En ook een beetje Paul Delvaux.)

zaterdag 26 april 2014

To Judah

Normaal gesproken ga ik zwemmen op zaterdagmiddag, aan mijn fysieke conditie werken, maar ja, moet die dikkop van een zogenaamde koning precies vandaag weer ten overstaan van heel het volk zijn verjaardag vieren, dus zwembad gesloten. Dan maar in de tuin gewerkt terwijl de optocht voorbijtrok. Mensheid, wat een mensheid. Mijn God mijn God. Nu toch in de arbeidzame modus, meteen ook maar de auto gewassen, eerst de ramen zodat die daarna naar beneden konden om Deafheaven vrij baan te geven. Roads to Judah duurde precies lang genoeg om de auto schoon te krijgen en wat een trip was dat! Ik dacht dat ik het als midveertiger wel gehad had met het rockgenre, volwassen worden, op naar de symfonieën van Beethoven, maar daar was dan Deafheaven. Zo’n opener als Violet, opbouw, spanningsboog, snoeihard ingeloste verwachtingen, gitaar op gitaar, blastbeats, en ff gas terug, ff het raam open, ff luchten, en hoppa, grande finale. Superlatieven? Wat te denken van heroïsch, compromisloos, doorwrocht, groots en meeslepend, weergaloos?!

vrijdag 18 april 2014

Schijtlezen again

Ik zit op de plee, ik schijt & ik lees de Groene Amsterdammer. Miriam Rasch recenseert de nieuwe essaybundel van Joke J. Hermsen, Kairos: een nieuwe bevlogenheid. Boeiend maar niet heus. Je vraagt je in gemoede af welke oetlul überhaupt zo’n boek koopt. Miriam Rasch verwijt de filosoof een gezellige stijl. Zelf presteert ze het om een accent circonflexe op de e na de m in moment suprême te plaatsen (om over het accent grave op de e na de r nog te zwijgen). Ik wikkel een wc-papiertje om mijn middelvinger en wroet wat in mijn kont om de stront los te kloppen. Blader door naar de laatste pagina waar de grote denker en dichter Maarten Doorman Ester Naomi Perquin is komen aflossen. Timon Hagen heeft een autootje voor hem getekend dat veel uitlaatgassen produceert. Wat Doorman tot de volgende onvergetelijke dichtregels inspireert: “Helaas is autorijden sneu./Voor de chauffeur. En het milieu.” Dank Groene Amsterdammer voor deze immense verrijking van uw blad!

zondag 13 april 2014

Schitterende zelfmoord

Schitterende zelfmoord. Mozarts 41ste symfonie op de draaitafel, raam open, nog even het volume op tien en springen maar. Deed me denken aan Jacqueline/Louki uit Dans le café de la jeunesse perdue, die stapte ook zo uit het raam. Ida deed me op haar beurt aan het Meisje met de parel denken, kan niet anders of Pawlikowski is een liefhebber van Vermeer. Maar wat heb ik met Ida een prachtige film gezien vanmiddag! In stemmig zwartwit geschoten, vierkante kadrering, veel leeg landschap, kruispunten met Jezus aan het kruis, Ida bidden, haar tante Wanda een sigaretje paffen. Lekker verlopen wijf hoor van het type fuck the pain away. Want ja dat jongetje is natuurlijk geen broertje maar een zoontje. (Ja, sorry hoor, als je film niet gezien hebt, snap je geen moer van dit stukje – maar dat is als aanmoediging bedoeld: ga zien die film!) Bij Keek, waar ik onderweg naar huis langsliep, zaten alléén maar lekkere wijven, maar dan ook echt alleen maar..! Het wordt zo langzamerhand een kwelling.

Kniesoor

In het zwembad hangt een groot bord met daarop het reglement. Badkleding en douchen verplicht. Niet rennen. Geen glaswerk. Bij vernielingen wordt “ten allen tijde” de politie ingeschakeld. “Kun je het lezen?” vraagt de badmeesteres. “Of moet je mijn bril even lenen?” (Ik sta zowat met mijn neus tegen het bord.) “Nee het gaat wel hoor. Hier staat trouwens een spelfout.” “Een spelfout. Vertel. Ik leer graag iets bij.” “Er staat ten allen tijde. Moet zijn te allen tijde. Een kniesoor die erop let.” “O. Ik dacht ook dat het ten allen tijde was… Maar we zullen het ter zijner tijd aanpassen, ha ha ha.” “Te zijner tijd. Het is te zijner tijd.” Echt gebeurd mensen. Vanochtend na twee kilometer zwemmen en tien minuten zweten in de sauna.