zaterdag 26 april 2014
To Judah
Normaal gesproken ga ik zwemmen op zaterdagmiddag, aan mijn fysieke conditie werken, maar ja, moet die dikkop van een zogenaamde koning precies vandaag weer ten overstaan van heel het volk zijn verjaardag vieren, dus zwembad gesloten. Dan maar in de tuin gewerkt terwijl de optocht voorbijtrok. Mensheid, wat een mensheid. Mijn God mijn God. Nu toch in de arbeidzame modus, meteen ook maar de auto gewassen, eerst de ramen zodat die daarna naar beneden konden om Deafheaven vrij baan te geven. Roads to Judah duurde precies lang genoeg om de auto schoon te krijgen en wat een trip was dat! Ik dacht dat ik het als midveertiger wel gehad had met het rockgenre, volwassen worden, op naar de symfonieën van Beethoven, maar daar was dan Deafheaven. Zo’n opener als Violet, opbouw, spanningsboog, snoeihard ingeloste verwachtingen, gitaar op gitaar, blastbeats, en ff gas terug, ff het raam open, ff luchten, en hoppa, grande finale. Superlatieven? Wat te denken van heroïsch, compromisloos, doorwrocht, groots en meeslepend, weergaloos?!
Labels:
Beethoven,
black metal,
Deafheaven,
Roads to Judah,
Violet
vrijdag 18 april 2014
Schijtlezen again
Ik zit op de plee, ik schijt & ik lees de Groene Amsterdammer. Miriam Rasch recenseert de nieuwe essaybundel van Joke J. Hermsen, Kairos: een nieuwe bevlogenheid. Boeiend maar niet heus. Je vraagt je in gemoede af welke oetlul überhaupt zo’n boek koopt. Miriam Rasch verwijt de filosoof een gezellige stijl. Zelf presteert ze het om een accent circonflexe op de e na de m in moment suprême te plaatsen (om over het accent grave op de e na de r nog te zwijgen). Ik wikkel een wc-papiertje om mijn middelvinger en wroet wat in mijn kont om de stront los te kloppen. Blader door naar de laatste pagina waar de grote denker en dichter Maarten Doorman Ester Naomi Perquin is komen aflossen. Timon Hagen heeft een autootje voor hem getekend dat veel uitlaatgassen produceert. Wat Doorman tot de volgende onvergetelijke dichtregels inspireert: “Helaas is autorijden sneu./Voor de chauffeur. En het milieu.” Dank Groene Amsterdammer voor deze immense verrijking van uw blad!
zondag 13 april 2014
Schitterende zelfmoord
Schitterende zelfmoord. Mozarts 41ste symfonie op de draaitafel, raam open, nog even het volume op tien en springen maar. Deed me denken aan Jacqueline/Louki uit Dans le café de la jeunesse perdue, die stapte ook zo uit het raam. Ida deed me op haar beurt aan het Meisje met de parel denken, kan niet anders of Pawlikowski is een liefhebber van Vermeer. Maar wat heb ik met Ida een prachtige film gezien vanmiddag! In stemmig zwartwit geschoten, vierkante kadrering, veel leeg landschap, kruispunten met Jezus aan het kruis, Ida bidden, haar tante Wanda een sigaretje paffen. Lekker verlopen wijf hoor van het type fuck the pain away. Want ja dat jongetje is natuurlijk geen broertje maar een zoontje. (Ja, sorry hoor, als je film niet gezien hebt, snap je geen moer van dit stukje – maar dat is als aanmoediging bedoeld: ga zien die film!) Bij Keek, waar ik onderweg naar huis langsliep, zaten alléén maar lekkere wijven, maar dan ook echt alleen maar..! Het wordt zo langzamerhand een kwelling.
Kniesoor
In het zwembad hangt een groot bord met daarop het reglement. Badkleding en douchen verplicht. Niet rennen. Geen glaswerk. Bij vernielingen wordt “ten allen tijde” de politie ingeschakeld. “Kun je het lezen?” vraagt de badmeesteres. “Of moet je mijn bril even lenen?” (Ik sta zowat met mijn neus tegen het bord.) “Nee het gaat wel hoor. Hier staat trouwens een spelfout.” “Een spelfout. Vertel. Ik leer graag iets bij.” “Er staat ten allen tijde. Moet zijn te allen tijde. Een kniesoor die erop let.” “O. Ik dacht ook dat het ten allen tijde was… Maar we zullen het ter zijner tijd aanpassen, ha ha ha.” “Te zijner tijd. Het is te zijner tijd.” Echt gebeurd mensen. Vanochtend na twee kilometer zwemmen en tien minuten zweten in de sauna.
zondag 30 maart 2014
Fanée comme une vieille rose
In het Volkskrant Magazine staat een interview met Ariane Schluter. Ik heb het niet gelezen, maar ik heb wel naar de foto’s gekeken. Ergens in het voorjaar van 1996 ging ik op een zaterdagavond naar Het Molenstraattheater in Wageningen. Dit was de eerste keer dat ik ’s avonds naar een film in die bioscoop ging. De Jurk van Alex van Warmerdam draaide en de zaal zat zo goed als vol. Ik herinner me hoe verheugd ik daarover was. Als die film in mijn woonplaats gedraaid had, zou er slechts anderhalve man en een paardenkop in de zaal hebben gezeten. Voortaan zou ik bijna elke zaterdagavond naar de bioscoop in Wageningen gaan. In mijn uppie. In de pauze een koffie en een sigaretje aan de bar. De sfeer van die avonden. Maar terug naar Ariane Schluter want zij speelde een rol in De Jurk. Als ik me niet vergis zegt ze zelfs een keer heel hard POEP in De Jurk. Ik vond Ariane Schluter toen nogal een lekker wijf. Nu kijk ik naar de foto’s in het Volkskrant Magazine en zie een oud vel. Neje neje, grapje grolletje gebbetje, maar toch: ondanks alle make up zie je hoe het verouderingsproces bij haar genadeloos heeft toegeslagen. (Ik ben slechts een jaartje jonger – maar ik steek veel strakker in mijn vel.) Nochtans vind ik haar nog steeds, zij het op een iets perverser manier, erg sexy. Nu, sexy is niet het goede woord. Geil. Op een soort van ranzige manier geil. Ik kick seksueel tegenwoordig nogal op bijna verlepte vrouwen…
zondag 23 maart 2014
Dans le café de la jeunesse perdue
Ik herlees momenteel Patrick Modiano's Dans le café de la jeunesse perdue. Vanaf de eerste pagina ervaar ik iets wat ik ten enenmale miste tijdens het lezen van het boekenweekgeschenk : noodzakelijkheid. Echt belangwekkende literatuur is nooit vrijblijvend. Maar daar bel ik niet voor. Wat mij dwars zit is dit. Eind vorig jaar las ik een column van Remco Campert. Campert heeft een Parijs’ verleden waar hij graag uit put. In de column vertelt hij over Ed van der Elsken zijn beroemde fotoboek en inderdaad wordt er in Dans le café de la jeunesse perdu een fotograaf genoemd die zomaar op Van der Elsken geïnspireerd zou kunnen zijn. De muze van Van der Elsken was Vali Myers en volgens Remco Campert gaat de hoofdpersoon van Modiano’s roman naar haar op zoek. “Daarin gaat de hoofdpersoon op zoek naar Vali, die bij Modiano Louki heet. Hij vindt haar, brengt tijd met haar door en raakt haar kwijt aan de dood (zelfmoord).” Vali Myers was een extravagante danseres / kunstenares die op tweeënzeventigjarige leeftijd aan kanker overleed. Romanpersonage Jacqueline Delanque bijgenaamd Louki is een introvert, gevoelig meisje met paniekaanvallen, dat uiteindelijk zelfmoord pleegt. De identificatie slaat als een tang op een varken. “De hoofdpersoon gaat op zoek naar Vali…” Wat nu, hoofdpersoon? Als er in Café de la jeunesse perdue een hoofdpersoon is, is het Jacqueline Delanque zelf. Een van de vier hoofdstukken is zij aan het woord; in de drie overige respectievelijk een jonge student (alter-ego Patrick Modiano), een privédetective en Roland(alter-ego 2), Jacqueline’s minnaar. Je vraagt je toch af waarom Remco Campert zulke dingen beweert... Heeft hij het boek gelezen en legt hij vervolgens allerlei verbanden die er niet zijn? Dat zou niet voor zijn intelligentie pleiten. Of praat hij mensen na die er evenmin veel van begrepen hebben? Ik zou het hem best willen vragen…
woensdag 12 maart 2014
Een mooie jonge vrouw
Ik geef het onmiddellijk toe: Ik moet flink wat vooroordelen overwinnen voor ik met lezen begin in Een mooie jonge vrouw en het een eerlijke kans geef. De foto van de auteur op de achterplat maakt het me daarbij bepaald niet gemakkelijker. Mijn god die oogopslag, dat kun je toch geen ironie meer noemen? Anyways & eerlijk = eerlijk and all that, het boekenweekgeschenk is dit keer vakwerk (perfect doorgecomponeerd, nergens een rafelrandje, uurwerkje tik) en het overtreft de kwaliteit van heel veel eerdere boekenweekgeschenken ruimschoots. Maar daar is het dan ook wel mee gezegd hoor. Met vakwerk. Opzienbarend wordt het nergens. Meeslepend wordt het nooit. Er wordt vooral heel netjes binnen de lijntjes gekleurd. Een verhandelingetje over de dierenleed voor wat filosofische diepgang en dat was het dan wel weer. Sinds wanneer krijg je voor zo’n routineoefening vijf sterren? Heeft Tommy Wieringa Arjan Peters daarvoor moeten pijpen of zo? En nu ik toch bezig ben, ik zag Wieringa vorige week bij DWDD waar hij tegenover een kirrende kip zat te glunderen toen Martijn van Nieuwhuis een criticus van de Morgen citeerde die de vergelijking met Scott Fitzgerald aandurfde. Nou beste mensen, die criticus van de Morgen moet eens serieus zijn carrière heroverwegen, want toevallig heb ik heel kortgeleden The Great Gatsby gelezen, en dat is toch echt heel andere koek..! Dat is een boek dat er zijn moet, geen vrijblijvend maar een noodzakelijk boek, geen uurwerk maar een atoomklok, en het bevat prachtige lyrische passages waar Tommy Wieringa, helaas voor hem, nooit aan zal kunnen tippen, simpelweg omdat hij dat niet in zich heeft. Maarreh… niettemin een zeer verdienstelijk boekenweekgeschenk :).
Abonneren op:
Posts (Atom)