Posts tonen met het label Arnon Grunberg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Arnon Grunberg. Alle posts tonen

donderdag 1 oktober 2015

Youth

Arnon Grunberg schreef vanochtend in zijn Voetnoot dat hij Sorrentino’s Youth in Parijs had gezien. Nou, ik toevallig ook. In de MK2 aan de Boulevard Saint-Germain. Wat de film betreft, kan ik melden dat die vanaf moment 1 de sfeer van een Sorrentinofilm ademt – vintage Sorrentino, zo fijn om een keer vintage te zeggen. De volgende scène, waarin Michael Caine als een onwelwillende componist van de beroemde Simple songs (hoe verzin je het) geïntroduceerd wordt, temperde mijn enthousiasme. Sowieso vind ik Sorrentino niet uitblinken in story telling en ’t uitdiepen en motiveren van karakters. Zo heeft de dramatische monoloog die Rachel Weiss tegen haar vader afsteekt iets enorm geforceerds en ondanks de traan in haar oog ook iets erg ongeloofwaardigs. De zelfmoord van Harvey Keitel à la de tante van Ida komt ook nogal uit de lucht vallen, pun intented. Maar daar staat een exuberante beeldenrijkdom tegenover die alles meer dan goedmaakt. De autorit van Harvey Keitels zoon en zijn nieuwe vlam, no pun intended, is een weergaloze filmsequentie. En de billen en borsten van Miss Universe zijn een rechtvaardiging van de film op zich. De tattoo van Marx op de rug van Diego Maradona is een aardige grap en de hooghoudscene met de tennisbal is hogeschool. En dan heb ik het nog niet over de filmscore gehad. De aanzwellende muziek van GSYBE! om maar iets te noemen. Afijn, etc etc. Het afronden van een stukje is nooit mijn forte geweest.

zaterdag 24 januari 2015

Birdman

De ronkende recensies misten hun uitwerking niet. Vanmiddag ben ik naar Utrecht getreind om Birdman te zien. Het is inderdaad een puike film, met veel ritme, pace. Tof om soms die coole drummer voor een moment in beeld te zien. Grunberg prees vanochtend het acteerwerk van Edward Norton, maar ook Keaton is sterk. Het script misschien wat fladderig, met die suïcides die telkens misgaan. Ook: wat een draak moet dat verhaal van Carver niet zijn..! Zo’n sentimentele frase over een ouwe vent die gedeprimeerd is omdat hij – kop in het gips – zijn echtgenote niet kan zien. Wacht, ik google die tekst ff. “I dropped in to see each of them every day, sometimes twice a day if I was up doing other calls anyway. Casts and bandages, head to foot, the both of them. You know, you’ve seen it in the movies. Little eye-holes and nose-holes and mouth-holes. And she had to have her legs slung up on top of it. Well, the husband was very depressed for the longest while. Not about the accident, though. I mean, the accident was one thing, but it wasn’t everything. I’d get up to his mouth hole, you know, and he’d say no, it wasn’t the accident exactly but it was because he couldn’t see her through his eye-holes. He said that was what was making him feel so bad. Can you imagine? The man’s heart was breaking because he couldn’t turn his goddamn head and see his goddamn wife.” Nou ja, er ging dus een verkeersongeluk aan vooraf en de tekst wordt uitgesproken door medicus tijdens een rijkelijk met alcohol besprenkeld gesprek over wat liefde nou eigenlijk is. Carver, dat is toch zo’n Amerikaanse korte verhalenschrijver met much critical acclaim? Aan de hand van zo’n fragment zou je zeggen, typisch Amerikaans sentimentalisme, zonde van je tijd. Vals sentiment dat met een paar goddamn’s tot authenticiteit verheven moet worden. Nou, daar trappen wij niet in. Zelfde soort sentimentaliteit loopt door de film trouwens. Als parodie? Of zit het zo in die malle cultuur ingebakken? Er sluipt zo gaande weg veel misprijzen en geringschatting in mijn karakter…

dinsdag 2 september 2014

Oudere jongere

Het valt me op dat ik het dikwijls toch wel erg eens ben met wat Arnon Grunberg te berde brengt in zijn Voetnoot. Dikwijls, niet altijd. Nog niet zo lang geleden deed hij schamper over Boyhood, noemde de vrijwel unaniem bewierookte film saai. Eens! Op de scène na met glazen gooiende alcoholische stiefpapa is de film saai. Geen spanningsboog, geen drama. Te optimistisch, te goedmoedig. En vanochtend weet Arnon weer meesterlijk af te rekenen met een paar televisiehoofden. Een magere vrouw met platitudes over Gaza: Jessica Durlacher. En een in een leren jasje gestoken Koot-en-Bieiaanse oudere jongere: Matthijs van Nieuwkerk. Nieuwkerk bij Tan, Pauw bij Nieuwkerk, de Nederlandse talkshowbusiness is inderdaad niet veel meer dan een zelffeliciterend netwerk.

zondag 4 augustus 2013

Gotspe

Arnon Grunberg laat zich in zijn column in de Volkskrant laatdunkend uit over Hans Teeuwen. Het gesprek dat Teeuwen met Wilfried de Jong voerde tijdens de eerste Zomergasten van het seizoen kwalificeert hij als onnozel en hij geringschat het talent en het belang van Teeuwen door hem hetzelfde lot in het vooruitzicht te stellen als een in de vergetelijkheid geraakte cabaretier uit de jaren zestig. Waarom oordeelt Grunberg zo hard? Teeuwen lijkt inderdaad niet gehinderd te worden door academische of historische kennis over het fenomeen religie, maar we kunnen ook niet allemaal hoogleraar zijn. De kritiek van Teeuwen richt zich op hoe religie (m.n. de Islam) zich manifesteert in het publieke domein. Hij eist het recht op vrijuit te kunnen spreken, niet meer en niet minder. Ik snap niet wat daar onnozel aan is en evenmin waarom Grunberg suggereert – want dat doet hij nadrukkelijk – dat de opvattingen van Hans Teeuwen kleinburgerlijk zijn. Wil de wereldwijze Grunberg de verlichte kosmopoliet uithangen en impliciet religieuze tolerantie bepleiten? Dat is wel een heel veilige positie om in te nemen. Tolerantie ten opzichte van religieuze groeperingen is een goed ding, dat hoeft niet ter discussie te staan. Maar het wordt een ander verhaal wanneer een religie of een religieuze groepering zichzelf als intolerant ontpopt door bijvoorbeeld homoseksuelen het leven zuur te maken of door met geweld te reageren op kritiek. Hans Teeuwen verheft daar zijn stem tegen. Dat kleinburgerlijk te noemen is een gotspe waarmee Arnon Grunberg zijn positie aan de zijlijn lijkt te rechtvaardigen.

dinsdag 25 december 2012

Waarom Grunberg geen echt groot romancier is

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag staat een interview met Kira Wuck. In het interview wordt Arnon Grunberg aangehaald, die beweerd zou hebben “voor het eerst van zijn leven geraakt te zijn door gedichten, haar gedichten.” Dat verbaast mij niets. Want als er iets mist aan het schrijverschap van Arnon Grunberg dan is het (de ontvankelijkheid voor) poëzie. Hij is een absolute meester in het in bondige bewoordingen een pittige mening verkondigen, hij heeft daarnaast gevoel voor het absurde en voor de “economie” van menselijke verhoudingen, maar wat ontbreekt, wat ten enenmale ontbreekt, is de lyriek, de trillende snaar, de poëzie. Daarom zal Grunberg, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Houellebecq, nooit een echt groot romancier worden, want er mist poëzie, en uiteindelijk is de romankunst toch vooral poëzie.

zaterdag 29 september 2012

Huid en haar

In de literaire bijlagen wordt Arnon Grunberg nogal eens met Michel Houllebecq vergeleken en dat is begrijpelijk omdat beide schrijvers van de vermarkting van menselijke verhoudingen een thema hebben gemaakt, maar ik vrees dat het voor Arnon Grunberg toch te veel eer is. Vooropgesteld: ik lees zijn columns in de Volkskrant met bewondering en ik ben het niet zelden eens met zijn intelligente analyses die hij als geen ander in een paar puntige, trefzekere zinnen weet samen te vatten. Zijn columns verraden zijn brille, en het zijn zijn columns die maakten dat ik toch maar weer eens een roman van hem las. En aanvankelijk las ik Huid en Haar met instemming. De zinnen kort en bondig, maar expressief, geestig en opmerkzaam. De kalme onontdane blik van Ronald Oberstein, de protagonist, doet een beetje aan die van Grunberg zelf denken, en ook de personages rond Oberstein heen komen redelijk uit de verf. Wat volgt zijn de sores (en bespiegelingen daarop) van die personages die nochtans in een soort van paradijselijke omgeving leven: het liberale en libertijnse Westen. Dat is boeiend maar wordt op den duur eentonig wanneer de roman maar voortkabbelt en voortkabbelt. Pas na dik vierhonderd pagina’s komt er iets van een dramatische ontwikkeling en die is niet sterk genoeg om een roman van ruim vijfhonderd pagina’s te stutten. (Sterker nog, die romance met dat paardenmeisje doet geforceerd aan, om nog maar niet te spreken van haar zelfmoordpoging.) Eh bien, eindelijk is het gedaan met de gelijkmoedigheid van Roland Oberstein: hij zit op zijn knieën op de natte vloer van een cafétoilet en spreekt tot de speelgoedbeer die hij uit zijn tas haalt: “Ik smeek je. Laat me in de aarde verdwijnen.” Kenmerkende Grunberg-slapstick, waar ik nochtans niet warm of koud van word.

donderdag 19 juli 2012

Op reis met Arnon Grunberg

Merkwaardige droom in de nacht van maandag op dinsdag. Arnon Grunberg had me uitgenodigd naar zijn huis in Parijs te komen, van waaruit we in het gezelschap van nog andere genodigden met een touringcar richting Amerika zouden vertrekken. Het Parijs in mijn droom had weinig weg van het Parijs in de wakkere wereld, nochtans vond ik het huis van Arnon vrij eenvoudig. Het was een merkwaardig huis, erg rommelig en in een van de kamers zat een roodharig meisje van een jaar of twintig, ze was niet bijzonder mooi maar wel naakt en pas later, wanneer we met de touringcar vanuit Amerika weer huiswaarts reden, zou ik beseffen dat ik best seks met dat meisje wilde. Er waren wat belevenissen on the road die ik vergeten ben, dat heb je als je je dromen niet meteen na ontwaken noteert. Een droomscène staat me echter nog scherp voor de geest. Ik zit met Arnon op een terras en wij drinken koffie. Ik heb een fles whisky en ik vraag aan Arnon of hij een scheutje whisky in de koffie wil. Hij zegt “dat gaat zo ook wel,” pakt de fles en zet hem aan zijn mond. Ik heb lichte smetvrees en ook in mijn dromen vind ik het niet fijn als mensen uit mijn fles drinken, maar het kwaad was al geschied, dus zei ik er niets van. Dat Arnon de fles aan zijn mond zette, kwam waarschijnlijk doordat ik op maandagavond deze zin las: “Je me suis mis à boire et à tourner en rond dans la pièce. À boire à la bouteille.” De droom is gezien Parijs en touringcar sowieso een mash up van een documentaire over de veertigste verjaardag van Grunberg en Le Condottière, Georges Perec zijn jeugdroman.