Posts tonen met het label Arjan Peters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Arjan Peters. Alle posts tonen

zaterdag 19 september 2015

Mollenvel Parijs, pagina zoveel


Café sur le toit, september 2015, aardbeien met slagroom

Ik had in m’n schoudertas een oud Volkskrant Magazine gestopt, dat ik bewaard had omdat er een reportage over Parijs in staat van Peter Giesen. (Het is trouwens nogal bewolkt, maar droog en niet koud.) Wat er ook in staat is een kort verhaal van J.M.A. Biesheuvel, dat ik straks lezen ga, en een inleidend stuk waarin Arjan Peters iets over dit korte verhaal (of kortverhaal zoals de Vlaming zegt; ook volgens de Vlaming ben ik nu in een grootstad, in plaats van in een grote stad, maar laat vallen zoals de Fransman zegt) zegt en over de vijf die nog volgen zullen (of die al gevolgd zijn, en die ik stuk voor stuk gemist heb). Die andere vijf verhalen plus deze van Maarten Biesheuvel danken hun uitverkiezing aan een vierkoppige “jury” die speciaal hiertoe in ’t Amstelhotel bijeengeroepen is. Behalve Arjan Peters himself en Wilma de Rek van de Volkskrant de onvermijdelijke Adriaan van Dis en de op de groepsfoto van de jury zeer hautain kijkende Anna Drijver om wie ik eens heel veel lol gehad heb toen ik een interview met haar las in eerdere editie van datzelfde Volkskrant Magazine. Neemt niet weg dat ik haar graag in haar kutje neuken zou, en in haar mondje en haar kontje, alleen denk ik dat dat bij haar niet gelegen komt. Waarom niet? Nu ik erover nadenk, blijkt dat we best wel wat gemeen hebben. Zo heeft ze net als ik aanleg voor dwangneuroses en is ze net als ik vegetariër, waarvoor kudos, en net als ik is ze een wannabee schrijver. Wat zeg ik, ze heeft zelfs, anders dan ik, twee romans op haar naam staan en ik herinner me zelfs dat ze voor haar eerste een zeer welwillende recensie kreeg – maar daarvoor heeft ze vast Arjan Peters moeten pijpen.


zondag 1 december 2013

De Afvallige II

Ik heb De Afvallige van Jan van Aken gelezen en dat was bepaald geen genoegen. Wat een ontiegelijk slecht boek, onecht, ongeloofwaardig, oppervlakkig, flauwe grappen, vlakke stijl. Toch kreeg de roman in maart van dit jaar maar liefst vijf sterren in de Volkskrant. Hoe kan dat? De recensie was van de hand van Bert Wagendorp. Bert Wagendorp schrijft columns voor de Volkskrant; in het boekenkatern tref je zijn naam zelden of nooit aan. Waarom nu dan wel? Op internet vind ik een stukje van hem uit 2008. Daarin staat dat hij geen tijd heeft voor romans, behalve in de zomer als hij op vakantie is. Hij noemt een paar romans die hij tijdens de zomervakantie gelezen heeft. Daar staan een paar aardige titels bij. Ook valt er te lezen dat hij in 2001 De valse dagenraad las van Jan van Aken en dat hij sindsdien Jan van Aken de beste schrijver van Nederland vindt. Er kunnen twee dingen aan de hand zijn. Bert Wagendorp kent Jan van Aken, mag hem graag en wil hem een opkontje geven of Bert Wagendorp heeft geen kaas gegeten van literatuur. Ik ben niet zo’n complotdenker, dus ga ik voor het tweede. Als een iemand na lezing van slechts een roman de schrijver ervan meteen tot beste schrijver van Nederland promoveert, dan is zo iemand als criticus niet serieus te nemen. Ook het feit dat Wagendorp Proust na honderd pagina’s zuchtend weglegt (zie nogmaals zijn stukje uit 2008), spreekt wat mij betreft boekdelen. Resteert de vraag waarom Bert Wagendorp, die nauwelijks over literatuur schrijft en heel weinig romans leest, in het boekenkatern van de Volkskrant van Arjan Peters een podium krijgt om De Afvallige van Jan van Aken te bejubelen.

woensdag 10 oktober 2012

Zomaar Wat Zeveren...

Masks van Van Der Graaf Generator duurt op het live album Maida Vale 7:20 – precies de tijd die ik er vanavond over deed om van het zwembad terug naar huis te rijden. De laatste noot sterft weg als ik de sleutel in het contact omdraai.
Je zult maar Oek de Jong heten en meer dan tien jaar uittrekken voor een nieuwe roman die tenminste qua omvang zijn magnum opus is maar liefst ook qua stijl en inhoud – en dan tot de grond toe afgebrand worden door Arjan Peters in de Volkskrant. De man zal raar op zijn neus gekeken hebben, no pun intended, na de twee beloftevolle pagina’s die eerder die week in de Volkskrant aan hem gewijd waren.
Alsof er een kurk in mijn kont zat. Ik zat met de Groene in de hand op de plee te persen en Hofland te lezen. Toen er dan eindelijk een harde keutel uit mijn gat kwam, volgde de rest vanzelf, vloeibaar als dikke satehsaus. Je kunt het maar kwijt zijn.