Woensdagnacht droomde ik dat ik met twee vrienden* naar een café ging. Het was een heel groot café. Ik had de avond ervoor een pagina of 25 in Knausgårds Schrijver gelezen, ondermeer de passage waarin hij met zijn broer en een vriend van zijn broer het Bergense café Opera bezoekt, een heel groot café. Ook had ik de ochtend ervoor in de Volkskrant een fotoreportage gezien van voorwerpen waarop gedrukt Je suis Charlie. Een van die voorwerpen was een tafeltennisbatje. Et voilà, de verklaring voor het feit dat in het grote café waar nog maar weinig tafeltjes vrij waren bijna iedereen aan een cafétafeltje zat te pingpongen. Zoals je cafés hebt waarin mensen aan tafeltjes tegenover elkaar over een schaakbord gebogen zitten, zo zaten ze in het door mij gedroomde café te pingpongen. Dat was heel gewoon in mijn droom, zoals altijd alles heel gewoon is in mijn dromen; ik kan me niet herinneren dat ik me in mijn dromen ooit ergens over verbaasd heb. Waar ik me wel over verbaas, is dat er in mijn exemplaar van Schrijver Deel 6 staat terwijl het toch pas het vijfde boek van Mijn Strijd is, ook volgens de Noorse titel Min Kamp, Femte bok. (Er staat ook nergens Schrijver – dat wordt er hier maar bij verzonnen uit mercantiele overwegingen.) Waar ik me eveneens over verbaas, maar dan hebben we het over heel iets anders, zijn niet de vijf sterren die Robert van Gijssel geeft aan New Bermuda van Deafheaven want die zijn terecht. Ook de zin waarmee hij zijn recensie opent, wekt geen verbazing, sterker nog, ik onderschrijf en citeer hem graag: “Het album Sunbather van het Amerikaanse Deafheaven was in 2013 de sensationeelste metalplaat sinds mensenheugenis.” Maar waar haalt Robert van Gijssel dat zesde stuk in zijn “zes monumentale en in alle terneergeslagen zwartgalligheid toch nog verheffende muziekstukken” toch vandaan? Want New Bermuda telt –helaas, helaas- maar vijf nummers…
*Twee vrienden: de vampier en de luis op m’n zere hoofd (inside joke).
Posts tonen met het label Je suis Charlie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Je suis Charlie. Alle posts tonen
zaterdag 10 oktober 2015
donderdag 8 januari 2015
Geloof maakt meer kapot dan je lief is. Geloof met mate.
“…This sort of behavior is left to the psychotic, dogmatic, fundamentalist believers you see on T.V. everyday letting off bombs and killing people in the name of God. Beliefs are dangerous. Beliefs allow the mind to stop functioning. A non-functioning mind is clinically dead. Believe in nothing.” Dit stond in the liner notes van AEnima, het magnum opus van Tool uit 1996. Hoewel zelf behept met het religiositeitsgen, maakte ik graag goede sier met die woorden. Maar hoe sexy het ook klinkt, in feite is zo’n statement evengoed een vorm van radicalisme. Er zijn talloze mensen die in vrede een geloof aanhangen en daardoor geïnspireerd worden tot daden van liefde en mededogen. De Groene Amsterdammer lag op de mat toen ik thuiskwam van mijn werk. Ik snap wel, dat blad was allang van de pers gerold toen the psychotic, dogmatic, fundamentalist believers hun vreselijke terreurdaad pleegden, maar wat interesseert mij nu nog die blote kont van Simone de Beauvoir of zo’n bladvullende zevercolumn van Opheffer of het malle rijmpje eronder van Maarten Doorman: “Ergens in Europa in de puree?/Dan komen ze je halen van de ANWB”. Ik was benieuwd naar de column van Grunberg van afgelopen ochtend. Of terrorisme geen bedreiging vormt voor het Westen, ik help het hem hopen; en laten we duimen voor een satiretolerante profeet. Grunberg haalt ook de vermoorde cartoonist Georges Wolinski aan: “Ik wil gecremeerd worden. Tegen mijn vrouw zei ik: gooi jij mijn as maar in de wc, zo zal ik nog elke dag je kont zien.” Held.
Abonneren op:
Posts (Atom)