zaterdag 26 januari 2013

Stofzuigen

Vanavond heb ik boven gestofzuigd. Kun je bij huishoudelijke klusjes als de vaat doen en de was ophangen fijn naar muziek luisteren, bij stofzuigen is dat iets lastiger omdat de stofzuiger zelf zoveel lawaai voortbrengt. De muziek lekker hard zetten helpt. En even de stofzuiger uit als Peter Hammill die magistrale overgang doet van

As I crawl out further on the limb
something tells me I am crawling

Naar:

in to unknown prophecies and lives
the rainbow's end is hemmed around with knives....

zaterdag 19 januari 2013

Zakdoek

Vanochtend nadat ik bij de bakker was geweest, maakte ik nog een kleine wandeling over de Waalbandijk. Ik werd ingehaald door een jogster met strak zwart nylon broekje. Deinende billen: ik was een en al oog. Een wat oudere hond uitlatende man kwam me tegemoet en in een ooghoek zag ik dat hij mij kijken zag, als je me nog begrijpt. Om me een houding te geven, maar ook omdat ik echt mijn neus snuiten moest haalde ik uit mijn broekzak mijn zakdoek. Net voordat ik snuiten wilde werd ie weggekaapt door de wind. Daar ging mijn zakdoek, het luchtruim in. Grappiger zou geweest zijn wanneer ie in het gezicht van honduitlaatman gewaaid was, praktischer ook want dan had ik hem terug kunnen vragen. Maar nu landde ie halverwege het talud. Zestien jaar geleden van mijn moeder cadeau gekregen met Sinterklaas, een mooie witte zakdoek met initiaal en blauwe bies. Ik probeerde nog naar beneden te lopen om hem te pakken, maar ik zakte enkeldiep weg in de sneeuw. Fuck it, dacht ik. Thuis ligt er nog een met grijze bies.

Neus

De schrijver van Bonita Avenue heeft een heel grote neus. Dat zag ik in 2011 toen ik in Vlissingen was met D. We aten in De Gevangentoren, het enige enigszins redelijke restaurant dat Vlissingen telt, en omdat De Gevangentoren het enige enigszins redelijke restaurant is dat Vlissingen telt, at de jury van het Film by the sea festival daar ook. In die jury ondermeer Peter Buwalda, die ik eerst niet had zien zitten omdat hij achter zijn neus schuilging, waaraan ik hem in tweede instantie herkende, dat dan weer wel. Wie ik wel meteen opmerkte was Sylvia Hoek, die in werkelijkheid even mooi en frêle is als op het witte doek. Diezelfde Sylvia Hoek mocht later dat jaar een keer aanzitten bij DWDD om dat boek van Peter Buwalda te bejubelen. Ze had hem leren kennen bij de jury van etc… Trouwens wat een zelffeliciterend en incestueus programma is dat toch, die DWDD: echt VARA/PVDA. Die tuthola van een Gerdien Verbeet was van de week weer “tafeldame”, en die mocht dan Martijn van Nieuwkerk feliciteren met dat ie omroepman van het jaar geworre was en daarna gingen ze aan tafel met allemaal andere tafeldames en –heren, gezellig babbelen over mensen die iets op te biechten hadden, lekker actueel i.v.m. Lance Amstrong en Oprah Winfrey. Trouwens, ook vorig jaar was Peter Buwalda in Vlissingen. Ik zat met een date in een stranttent te eten, kijk ik om, zie ik wederom Peter Buwalda zitten. “Kijk, daar zit Peter Buwalda, van Bonita Avenue,” zei ik nog. Maar ze kende Peter Buwalda niet.

Practical joke

Wat doet die thee hier op het aanrecht?
O, die staat te trekken.
Ik leg er een tissue bij.
Waarom leg je er een tissue bij?
Hij staat toch te trekken?

woensdag 9 januari 2013

Grappig zijn

Mijn jeugdvriend P. is in zijn leven tenminste twee keer geestig geweest. De eerste keer was toen hij net als ik een ventje was van een jaar of tien. Een auto stopte en een keurige heer vroeg ons de weg. P. legde uit hoe hij moest rijden. Dankjewel jongens, zei daarop het heertje. Niks te danke, gif mar un tientje, was P. z’n commentaar. De tweede keer dat P. in zijn leven grappig was, vond plaats tijdens de keuring voor militaire dienst. Aan P. werd gevraagd bij welk legeronderdeel hij het liefst zou worden ingedeeld. P: Bij de liggende vrèters. Twee keer, zeg ik, maar dan vergeet ik P. zijn geniale verbastering van de naam van ons docent maatschappijleer. De man heette Euwema. Bij P. werd dat Uienvla.

maandag 31 december 2012

Faust

Faust van Sokurov was samen met Inside van Zeki Demirkubuz mijn favoriete film van het Film bij de zee festival in Vlissingen. Gisteravond heb ik samen met A. de film nogmaals gezien in Wageningen bij Movie W. Ook voor de tweede maal een schitterende filmervaring, waarbij de min van het kleine scherm ruimschoots goedgemaakt wordt door de plus van de sprookjesachtige ambiance van het sympathieke filmhuis. Faust, c’est moi, zei Goethe ooit, want Goethe sprak een aardig woordje over de grens. Ik zeg het Goethe na. Ik ben hier, ik besta –waarom dat bestaan dan niet doorgronden? Het doorgronden van het bestaan, dat is toch de impliciete drijfveer voor een Künstler... Weten dat het been omhoog komt als je op de knie slaat, is niet genoeg voor Faust: hij wil op zoek naar de ziel van alles. Behalve dat wil ie graag van bil met een kek jong ding, neem het de man es kwalijk. En wat een seksscène levert dat op, die strakke slanke buik als van albast, die dot gouden schaamhaar, bijna tastbaar en tegelijkertijd zo etherisch. Het hoofd van Faust tussen de dijen van Margarete neigt richting vagina, alsof hij daar de steen der wijzen zal vinden, of toch iets van verlossing. Hoe-t-ie het doet die Sokurov, je moet het mij niet vragen, iets met verschillende lenzen en belichtingen, maar o wat een prachtige plaatjes levert het op. En die duivelse griezels die voor de gevallen Margarete komen, als weggelopen uit het werk van Jeroen Bosch… Cinema in optima forma! En heroïsch! Faust die zich van zijn Mauritius (in plaats van Mefistofeles) verlost en alleen verder trekt, de barre koude sneeuwvlakten tegemoet. Hij hoort de stem van Margarete: “Wohin?” Hij antwoordt optimistisch en vol goede moed: “Weiter! Immer weiter!”

donderdag 27 december 2012

De rode loper


Sjonge jonge jonge. Wil ik een hoogst serieuze reactie plaatsen bij de recensie van De rode loper op De Contrabas, blijft dat ding nie plakken. “Uw reactie is geplaatst…” Ja mooi nie, er verschijnt niks. En als je er dan iets van zegt, ben je een semi-anonieme zeurder… Maar nevermind, doe ik die reactie hieronder zetten… Ik bedoel, ik zit zo’n stukkie niet voor de kat zijn (haar) kut (poes) te tikken:


Vier tijdsgeesten zelfs. Ik tel jaren zeventig, jaren tachtig, jaren negentig en jaren nultig. In dat laatste decennium bezondigt Rosenboom zich aan een anachronisme door Eddie de telefoon met Van de Week? te laten opnemen ook wanneer zijn vrouw belt of Lou, terwijl hij toch van allebei het nummer zou moeten herkennen en gewoon hoi zou kunnen zeggen of wah mottuh?

Rosenboom is een van de weinige Nederlandse auteurs van wie ik lees wat er uitkomt, maar dat krediet heeft hij verspeeld met De rode loper. Een matige roman rond een matig idee, niet erg overtuigend, niet zo heel erg geïnspireerd. Meer van hetzelfde ook, maar dan van beduidend mindere kwaliteit. En sentimenteel, op het larmoyante af soms. Als ik eraan toekom, tik ik er nog een stukje over voor mijn blog, het is ook zo wat om De Contrabas helemaal onder te kliederen.

Trouwens, Liliane, voordat je je stukje plaatst het nog eens kritisch doorlezen, dat voorkomt zinnen als:

“Het portret dat hij dit keer schetst van een stadje in een uithoek van het land waar minimaal twee inwoners streven naar het hoogst haalbare en zich man van de wereld waant, maar uiteindelijk kleine ondernemer blijft, is overtuigend, maar bovenal diep triest en tragikomisch.”

“Wat de mensen in Zevenaar gemeen hebben met de mensen in de stad is dat ze gezien willen worde.”

“De vraag uit wiens mond het dat meest geloofwaardig klinkt.”

Voor de rest vooral doorgaan;-)