zaterdag 6 augustus 2011

Ne derangez pas. Je regarde Canal Plus

Lille, 30 mei 2011,
Restaurant Alcide, 19:06:09
O kansloze kjel dagge zij. Zit ie in een leeg restaurant met foie gras op de kaart om straks een vegetarische salade te eten. De uitbater zelf zat bij de deur, met aan weerszijden van hem een jonge ober. De jonge obers zijn vriendelijk en een beetje onnozel. De uitbater, met zijn leren jas en zijn zwarte hitlersnorretje, oogt als een maffiose onderkruiper. Als hij in een film zou spelen kreeg hij de rol van onbetrouwbaar sujet die al knipmessend een knipmes bij iemand in de rug plant. (Gelieve mij te verontschuldigen voor de al te geforceerde woordspeling.)
Te veel bedelaars op straat, een vriendelijke met een daklozenkrantje heb ik tweee euro gegeven, zonder een krantje af te nemen; smetvrees. Ook veel antiglobalistentypes met dreadlocks en honden. Er is een smal horecastraatje dat naar Place Rihour leidt. Een zo’n uitvreter poseert precies in het midden van dat straatje zijn Deense dog en gebruikt de hond als ruggensteun terwijl hij nadrukkelijk zijn hand ophoudt.
Op Place du Général de Gaulle werd ik staande gehouden door een meisje op een fiets. Haar handen zijn vuil en haar tanden zijn vies: ik ben op mijn hoede. Maar ze komt me geen geld aftroggelen, ze wil alleen de weg weten. Ik zeg haar dat ik niet uit Lille kom, maar dat ik wel een kaart heb. Waar ik dan wel vandaan kom? “Je viens de Hollande.” Waarop zij: “Ik ook.” Ze heet A. en werkt tijdelijk op een biologische boerderij in een dorpje onder Lille. Ze is zichtbaar opgetogen om een landgenoot te ontmoeten. –Inmiddels heb ik mijn salade végétarienne op en mijn glas medoc leeg.- We praten een poosje en dan vertrekt zij naar de bloemenzaak aan de Rue Nationale, die ik haar op de kaart heb aangewezen. Als ze uit zicht is, een doffe gewaarwording: laat ik hier een kans liggen? Hoe vaak raak ik tijdens mijn reizen met iemand aan de praat? Zelden. En met leuke jongedames? Vrijwel nooit. Ze werkt op een biologische boerderij. Wie weet studeert ze aan de landbouwuniversiteit in Wageningen. Ik verman me en loop naar de bloemenzaak. A. is er nog. A. komt niet uit Wageningen, maar uit Rotterdam. Ik vraag haar of ze met me wil afspreken. Ze reageert niet ovulerend enthousiast, maar evenmin afhoudend. “Wat wil je dat we gaan doen?” vraagt ze. “Gewoon beffen, pijpen, neuken, anaal als je dat lekker vindt en een sigaretje na afloop,” en dat vond ze een goed idee. Nee kidding. Ik stelde het Musée des beaux arts voor, maar “ze was niet zo van de kunst.” Van neuken zal het ook wel niet komen, maar ach wat babbelen samen, om niet te zeggen gezellig wat babbelen samen en wellicht naar de film of zo… Ik vermoed dat ze begin twintig is. Toen ze naar de weg wilde vragen, sprak ze me aan met u.
Naast me twee Engelsen die hun bestelling in zeer acceptabel Frans plaatsen. De vrouwelijke helft heeft een paar pondjes extra rond de heupen. Nochtans zou ik haar graag bestijgen. Of op mijn rug liggen terwijl zij op mij neerzijgt, mag ook. Hinderlijk is evengoed de patélucht die van haar bord opstijgt en in mijn richting warrelt.
Hoofdpijn grotendeels over. Heb enige Scheten & Stront in mijn Kont, die moeten eruit. Dus straks niet naar film, maar naar mijn kansloze kamertje om te schijten en verder te lezen in het boek van, in het boek van, kom, ik kan zijn naam anders honderd keer zeggen, ik zie zijn ijdele hoofd op de achterplat zo voor me, kom aan zeg, word ik seniel of zo, gewoon ff niet aan denken en dan schiet het je vanzelf te binnen –et voilà: Menno Wigman. En rukken: is het niet op de cadans van het krakende bed van de buren dan door me te verlustigen aan de porno op de tv. Niet zonder humor die Fransen: “Ne derangez pas. Je regarde Canal Plus.”

vrijdag 29 juli 2011

Optimistisch sofisme

-Ik heb goed nieuws en…
-Laat me raden: slecht nieuws.
-Zo voorspelbaar ben ik niet. Nee, ik heb goed nieuws en geen slecht nieuws!
-Kijk, zo mag ik het horen. En wat is dat goede nieuws dan?
-Het goede nieuws is dat ik geen slecht nieuws heb.
-Juist ja.

zaterdag 23 juli 2011

Calorieën? Ongezond spul!

De Groene staat deze week in het teken van eten. Het ene onvergetelijke stuk na het andere. Hassan Bahara beëindigt zijn artikel over de correlatie tussen ramadan en suikerziekte met de volgende uitsmijter (pun intended): “Bij Mohammed geen dampende schotels en hoog opgestapelde pannenkoeken, maar juist on-Noord-Afrikaanse beperkte hoeveelheden. Het is misschien zuinig en de oude garde Marokkanen en Turken zal het misschien als een beledigend teken van ongastvrijheid opvatten, maar je hoeft in ieder geval niet te vrezen dat je aders ervan zullen dichtslibben met calorieën en ander ongezond spul.”

Oslo

Die halvegare eenlingen die aanslagen plegen lenen zich goed voor romanfiguren. Hoeveel afschuw zo’n blonde gast ook inboezemt, je kijkt toch net iets gretiger naar het journaal dan anders – no pun intended.

zondag 17 juli 2011

Tree of life

Ofschoon de film alweer een week of vijf draait in het LHC, en ondanks het tijdstip: een zondagmiddag kwart over een, hartje zomer, toch nog ruim dertig mensen in de zaal om Terrence Malicks Tree of life te zien. Twee mensen lopen na ongeveer een half uur de zaal uit en even daarna verdwijnt het stelletje dat vlak voor me zat: liever dat dan dat ze uit verveling gaan zitten vozen. In de Groene wordt de film bewierookt door Willem Jan Otten, maar dat is een katholiek en een film als Tree of life is voor een katholiek natuurlijk koren op de molen. Otten zegt na wat de roodharige Maagd Maria in het begin van de film vertelt geleerd te hebben bij de nonnetjes: er zijn twee wegen te bewandelen in het leven, die van de natuur en die van de genade. Papa Pitt bewandelt de weg van de natuur, moeder Chastain (what’s in a name) die van de genade. Of om met Schopenhauer te praten: Pitt doet het willen, Chastain het door liefde verzaken. Wat de film toont of beter: verbeeldt, is dat de weg van de natuur de vermaledijde is en die van de genade, die van de liefde het ware pad. In die zin is de film programmatisch of hoe zeg je dat zonder ongeletterd over te komen? Voor Otten is dat geen bezwaar. Hij stelt dat er al genoeg filmers zijn (hij noemt o.a. Stanley Kubrick) die uit de absurditeit van het leven de conclusie trekken dat het leven zinloos is, “het bestaan een jungle, wat ons te doen staan is succes te hebben, het recht in eigen hand te nemen (…)”. Geheel toevallig heb ik afgelopen week Kubricks Barry Lyndon gezien en die film toont inderdaad aan dat het bestaan een jungle is, maar propageert toch echt niet het najagen van succes en eigen richting, want beide verschijnselen komen in de film aan bod en beide leiden alleen maar tot verdriet en ellende. Nu ik Kubricks Barry Lyndon toch heb genoemd: ik denk dat het zinnig is beide films met elkaar te vergelijken. Beide films zijn lang en episch, beide films bestaan uit prachtig beeldmateriaal en beide films hebben een bijzonder mooie filmscore. (Is het iemand opgevallen hoe toepasselijk dat stukje uit de derde symfonie van Gorecki is in Tree of life? Want ja, daarin wordt ook een gestorven zoon door zijn moeder beweend…) Verschil tussen de beide films is dat Kubrick een ironische verteller heeft for comic relief en Malick ijsklontjes. Ander verschil is dat de muziek bij Kubrick smaakvol is en voor een aangename cadans zorgt, terwijl Malick de muziek soms voor zijn karretje spant en aanwendt voor effectbejag. Maar het grootste verschil is toch dat Kubrick toont hoe het leven is (aantobben) zonder te zeggen hoe het dan wel moet en dat Malick je de weg naar het licht toont. Klinkt alsof ik op de hand van Kubrick ben en dat ben ik ook want ik vond Barry Lyndon fenomenaal, maar dat neemt niet weg dat ik vanmiddag genoten heb ik van Tree of Life mede vanwege “de lenige cameravoering”. Vooraankondigingen zijn toch op een bijbels ding? De moeder dino bij de dode baby dino. En die Brad Pitt jongens, die drukt zijn onderkaak naar voren om er meer als een stubborn Texaanse boer uit te zien. Geniaal! Zou –t- ie dat zelf verzonnen hebben? En verdomd, weer geen blote tieten!

dinsdag 12 juli 2011

Il faut cultiver son jardin

11 juli 2011
21:54:55

Veel tuinwerk maakt de geest lichter (en het lichaam zwaarder) (in de zin van strammer).

Als ik in de tuin werk, pops dikwijls Forsaken gardens van Peter Hammill to mind.

Dit is de vloek die op Ivo Niehe rust: vier talen tot in de puntjes beheersen en nimmer een zinnig woord te zeggen hebben.

Ik moet een twitteraccount starten.

zaterdag 9 juli 2011

Slachtoffers

Na het zwemmen rustte ik uit in de sauna en overdacht het woord slachtoffer. Ik ben 44 nu, het mocht onderhand weleens dat ik me over dat woord verbaasde. Want is het niet zo dat we dat woord zo vaak gebruiken in officiële berichtgeving wanneer er bijvoorbeeld weer eens doden te betreuren zijn of wanneer er gewonden gevallen zijn bij een ongeluk of iets dergelijks, ik bedoel, kom aan, ik noem maar wat; dat we dat woord dus zo vaak gebruiken dat we voorbijgaan aan het feit dat we het constant in de figuurlijke zin gebruiken? Wanneer zal dat woord zijn intrede hebben gedaan in de Nederlandse taal? Ergens ten tijde van de reformatie wellicht, toen de bijbel in het Nederlands vertaald werd? De slachtoffers in het verkeer danken dus hun naam aan lammetjes die in bijbelse tijden gekeeld en verbrand werden door een collectief van halvegaren die daarmee een of andere ingebeelde hogere macht probeerden gunstig te stemmen. Toch merkwaardig.