vrijdag 11 februari 2011

Barack Obama belt met Hosni Mubarak.

-Wat hoor ik nou, Hosni, ben je afgetreden?
-Yep. Ik was al dat gejoel en gejou van mijn onderdanen meer dan moe, Barack.

maandag 7 februari 2011

Black Swan

Black Swan was, om maar eens een infantiele Engelse uitdrukking te gebruiken: mind blowing. Trok veel bekijks ook. Om half een al bijna een halve zaal vol, om drie uur, toen ik de zaal uitkwam, stond er een grote rij. Terecht, de film is knappe horror over een lief meisje met danstalent dat niet los kan komen van haar dominante moeder en haar eigen superego. Hang naar succes en prestatiedrang maken dat ze zichzelf probeert vrij te maken, maar dat gaat bepaald niet zonder slag of stoot. Ze moet afrekenen met haar moeder, met haar argwaan, en, naarmate ze doorzet, met haar waanbeelden, die haar grootste vijand zijn – en de grootste troef van de film. Meer dan formidabele rol van Natalie Portman als Nina, wat minder overtuigend vond ik het acteerwerk van haar tegenspeler Vincent Cassel als balletdirecteur. Vincent Cassel is nu eenmaal overtuigender als autodief dan als balletdirecteur. Barbara Hershey (nooit van gehoord verder) was daarentegen prima gecast als moedertje lief.

dinsdag 1 februari 2011

Opstand

Zeer lezenswaardige column van Peter Giesen in de Volkskrant van vanochtend. Egypte en Tunesië indachtig was het onderwerp de opstand. De wekelijkse column van Giesen is een filosofische of tenminste levensbeschouwelijke en duiding van de situatie vond plaats aan de hand twee essaybundels van Albert Camus: De Mythe van Sisyphus en De mens in opstand, twee boeken die op mij toen ik begin twintig was grote invloed hebben uitgeoefend, overigens om andere dan politieke redenen. Waarom mijn sympathie veeleer bij Camus ligt dan bij Sartre, is wel politiek gemotiveerd. Camus kiest in zijn De mens in opstand voor het individu, voor de mens en zijn waardigheid, wat leidde “tot de beroemde breuk tussen Camus en Jean-Paul Sartre, een overtuigd communist die revolutionaire terreur onvermijdelijk achtte.”

zaterdag 29 januari 2011

Buikschuifhaai

Las terwijl ik zat te schijten een stukje in de krant over the making of Jaws. Prompt droomde ik de daarop volgende nacht over een soort pakhuis waarin ik opgesloten was en waar door een of andere snoodaard haaien werden losgelaten die blijkbaar prima konden ademen op het droge en bovendien erg vlug konden buikschuiven. Gelukkig voor mij was het zo dat telkens als ze mij te pakken kregen, de persoon die ik was of dacht te zijn, veranderde in een ander, zodat ik toeschouwer werd in plaats van slachtoffer. Erg filmisch allemaal, met als meest spectaculaire shot dat van een haai die zich met slachtoffer en al in een houten kist boorde, zoveel vaart had ie.

vrijdag 21 januari 2011

Vanwaar toch die bruine beer?

Een collega vertelt over een vriend die 70 hobby’s heeft: soixante neuf en vissen. ’s Avonds zie ik voor de zoveelste keer de reclame voor de nieuwe Volvo V60 met die prachtige zwarte panter die in de achterbak springt. ’s Nachts droom ik dat ik aan de Linge zit ergens in een weiland. Rechts van me nadert een zwarte panter, niet agressief, wel vervaarlijk. Links van me komt een grote bruine beer aangezwommen; hij klimt de oever op en ook hij komt mijn kant uit. De schemering valt in en ik voel hoe ik door lichte paniek bevangen raak. Als de twee roofdieren mij heel dicht genaderd zijn, laat ik mij zachtjes in het water vallen, zonder te plonzen.

zaterdag 8 januari 2011

Ik ben een aap

Een uurtje gelezen in de Aap en de filosoof van Frans de Waal. Hoewel ik het grotendeels met zijn stellingen eens ben, vind ik zijn argumentatie lang niet altijd even sterk. En wat te denken van deze fout tegen de logica:
“Al is het waar dat dieren geen mensen zijn, het is even waar dat mensen dieren zijn.”
Of van een bewering als:
“Als de menselijke moraal daadwerkelijk kon worden teruggebracht tot berekening en geredeneer, zouden we sterk op psychopaten lijken, die wel degelijk niets goeds in de zin hebben als ze aardig doen.”
Als je betoog zo meent te moeten onderbouwen, ben je erg verkeerd bezig.
Toch is de strekking van het boek in overeenstemming met mijn intuïtieve aannames. En ook de Schopenhaueriaan in mij heeft weinig reden om in opstand te komen. In feite verklaart Frans de Waal moraliteit op een darwinistische, genetische manier, daar waar Schopenhauer dat doet met behulp van de metafysische filosofie. De uitkomsten en conclusies zijn prima met elkaar te verzoenen.
Al zou De Waal wel gebaat zijn met wat Schopenhaueriaans schrijftalent.

vrijdag 7 januari 2011

But in that dream of death...

Het duurde een poos voordat ik in slaap viel. Maar toen ik dan eindelijk tot rust kwam, was het alsof er een zwarte vlek voor mijn ogen kwam, die uitwaaierde. Alsof mijn bewustzijn allengs werd uitgevlakt. Het was een aangename ervaring; een geheel vrijwillig wegglijden; geen behoefte om tegen te stribbelen. De ervaring had iets geruststellends. Als sterven t.z.t. zo zal gaan, niet met overgave maar veeleer met kalme instemming vervloeien, oplossen, uitdoven, dan teken ik ervoor.