donderdag 3 september 2009
Met stijve pik door Utrecht
Overal waar je kijkt in de stad, studentes, overal, studentes. Er lopen ook wel studenten tussen, maar de studentes hebben de overhand. Ik bedoel, dat is niet mijn selectieve blik. Een roodharig meisje loopt me tegemoet, een niet onaantrekkelijk meisje dat argeloos met de palm van haar hand langs haar neus wrijft, zo'n wipneusje met inkijk, en in een vloeiende beweging glijdt die hand via haar voorhoofd door heur haar. In de trein naar Utrecht zat een vrouw naast me met een studieboek op schoot. Zij was de studentenleeftijd al lang en breed gepasseerd, but then again, je bent nooit te oud om te leren. Ik schatte haar van dezelfde leeftijd als ik. Ze was mager en niet bijzonder mooi en toch kon ik niet ophouden met me voorstellen dat het niet haar pen was die ze vasthield maar mijn ontiegelijk stijve pik. Ook het opwindende verlangen haar gezicht te zien terwijl ze zou klaarkomen: de grimas van haar kleine dood. Zo ben ik toch vooral een wandelend geslachtsorgaan, op de koop toe een chronisch onbevredigd geslachtsorgaan; maar het ene is wellicht het gevolg van het andere.
dinsdag 1 september 2009
Ik ben een ezel die zichzelf een wortel voorhoudt
Zonder ambities, zonder doelen om na te streven, is het leven vrijwel onleefbaar: een gapende lege ruimte, een zich uitstrekkende woestenij, waar je doorheen moet, met als enige verlossing dat wat sommigen juist de meeste angst aanjaagt: de dood. Tenminste, dat geld voor mij, voor types zoals ik. Tenzij wij verlossing vinden in dat tweelingzusje van de dood, de liefde that is, moeten wij ons doelen stellen om ons te behoeden voor de wanhoop. Een van die doelen, een van die sluimerende aspiraties is columnist te worden. Een kolom in een krant; een vrijplaats, een plekje waar ik helemaal mezelf kan zijn of juist niet, waar ik doen en laten kan wat ik wil met als enige restrictie een maximum aantal woorden of tekens. En het hoeft niet zo heel moeilijk te zijn. Ja, zo plek vinden, dat wel, dat is problematisch; maar ik bedoel er invulling aan geven, dat is tamelijk eenvoudig. Het vergt enig taalgevoel –nog een te nemen hobbel wellicht – maar voor de rest is het een kwestie van absorberen en filteren. Wat je ziet, hoort, ruikt of op welke manier dan ook gewaarwordt, weergeven of erop reageren of reflecteren. De wereld door jouw ogen gezien, dat is het, dat is genoeg voor een column. Woorden geven aan je waarneming, bewust stilstaan bij wat je waarneemt en je erop concentreren, en er dan woorden aan geven. En plagen natuurlijk. Een spel spelen. Provoceren en verwarring stichten. Dingen zeggen als, “ja u hebt het maar zwaar te stellen met uw columnist van dienst.” En ondertussen een absolute cultfiguur worden. Zo een als die in Het Zwarte Boek van Orhan Pamuk. Zo een voor wiens columns de mensen alleen al de krant kopen. Om zijn stem te horen. Zijn verslavende stem. Het zou iets zijn. Gesteld dat het niet lukt met proza van langere adem. Maar eerst proberen we dat nog een poosje. Een mens als ik moet zichzelf doelen stellen; zonder ambities vaart niemand wel.
maandag 24 augustus 2009
Bach, de veelvraat
Vraag: welke cantate schreef Johan Sebastian Bach na het nuttigen van maar liefst 5 dikke pannekoeken met stroop?
Antwoord: Ich habe genug.
Antwoord: Ich habe genug.
vrijdag 14 augustus 2009
Varia
Telkens nadat ik mangochutney gegeten heb, moet ik ontiegelijk harde scheten laten, de hele avond lang.
Ik heb een rietzangertje gezien, en kikkertjes die voor mijn voeten wegsprongen.
Het kost me weinig inbeeldingsvermogen om erg geil te worden van Margriet van der Linden.
Ik heb een rietzangertje gezien, en kikkertjes die voor mijn voeten wegsprongen.
Het kost me weinig inbeeldingsvermogen om erg geil te worden van Margriet van der Linden.
zaterdag 8 augustus 2009
dialoog voor undercoveragenten en boefje in metro
-Maar dat mes neem ik in beslag.
-Okay dat is goed.
-Prettige avond nog.
-Ja jullie ook.
-Okay dat is goed.
-Prettige avond nog.
-Ja jullie ook.
zondag 2 augustus 2009
Zondag 2 augustus
Vandaag, zondag 2 augustus, was de dag waarop mijn oude moeder zoals zo dikwijls op zondagmiddag op visite ging bij haar 86-jarige vriendin, die na verloop van ongeveer een half uur zei: “Zo, en dan gaak erst mar een potje schijte,” waarop mijn moeder reageerde met “Ge schet mar un end oan, mar ik goai noar huis.”
Vandaag, zondag 2 augustus, was het eveneens de dag waarop ik na het zwemmen onder de douche een niet verdoezelen joekel van een stijve kreeg van de lange slanke blondine in de roze bikini twee douchekoppen verderop in de rij.
Tenslotte was het vandaag, zondag 2 augustus, de dag waarop ik Doodverf van Adrie van der Heijden uitlas, en daarmee andermaal tot de slotsom kwam dat zijn proza te koket en zijn verwikkelingen te ongeloofwaardig zijn om bij mij in de smaak te vallen. En dat terwijl ik gedurende de jaren negentig zo gretig zijn boeken verslond. Wij noemen dit voortschrijdend inzicht.
Vandaag, zondag 2 augustus, was het eveneens de dag waarop ik na het zwemmen onder de douche een niet verdoezelen joekel van een stijve kreeg van de lange slanke blondine in de roze bikini twee douchekoppen verderop in de rij.
Tenslotte was het vandaag, zondag 2 augustus, de dag waarop ik Doodverf van Adrie van der Heijden uitlas, en daarmee andermaal tot de slotsom kwam dat zijn proza te koket en zijn verwikkelingen te ongeloofwaardig zijn om bij mij in de smaak te vallen. En dat terwijl ik gedurende de jaren negentig zo gretig zijn boeken verslond. Wij noemen dit voortschrijdend inzicht.
zaterdag 1 augustus 2009
Torenvalk op bovenleiding
Op de bovenleiding langs het spoor een torenvalk. Ik loop op de weg parallel aan het spoor. Tussen de valk en mij de berm, een sloot en een smalle strook weiland. De valk blijft zitten waar hij zit, ook als ik ter hoogte van hem gekomen stilsta en zwaaiende bewegingen maak. Dan draait hij zijn kop en vliegt weg. Zag ik eerst alleen zijn silhouet, nu hij wegvliegt vangen zijn gestreepte staartveren en hazelnootbruine vleugels het zonlicht. Twintig meter verderop strijkt hij opnieuw neer op de bovenleiding. Ik loop weer naar hem toe en blijf tegenover hem stil staan kijken, nu zonder hem op te schrikken. Twee boerenzwaluwen vliegen rakelings langs hem heen, als om hem te tarten. Ze komen terug en herhalen hun kamikazeactie. Tot de torenvalk het beu is, en wegvliegt.
Abonneren op:
Posts (Atom)